Nadat eerder al minister Schultz van Haegen haar steun introk voor uitbreiding van de cabotage in Europa, krijgt nu haar collega Lodewijk Asscher van Sociale Zaken de handen op elkaar voor zijn ‘actieplan’ om schijnconstructies via Roemeense dan wel Cypriotische omwegen onschadelijk te maken.

Tot het laatste is alle reden. Regelrechte ontduiking van wet- en regelgeving is illegaal en moet worden opgespoord en bestraft. Of de 35 extra inspecteurs die Asscher aan het werk zet veel zoden aan de dijk zetten, is een ander verhaal, maar het begin is er.

Niet alleen voor de inspectie van Asscher is er veel werk aan de winkel, dat geldt ook voor die van Schultz. Maar in plaats van het aantal werkplekken bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) uit te breiden, gaat zij er op bezuinigen. Zo schiet het niet op met de handhaving.

Overigens is tekortschietend toezicht geen exclusief Nederlands probleem. Overal in Europa is er een tekort aan geld of aandacht voor een effectieve controle op het wegvervoer, meestal aan beide. Daar profiteren de sjoemelaars van, terwijl de bonafide bedrijven hun concurrentiepositie ondermijnd zien.

De roep om een strengere handhaving van huidige regelgeving moge dan terecht zijn, dat is nog iets anders dan het gebrek daaraan aanwenden om verandering van die regels tegen te houden. Toch is dat wat het Nederlandse monsterverbond van overheid, werkgevers en werknemers lijkt te doen.

Nog niet zo lang geleden was volledig vrije cabotage een onbetwist aspect van de Europese interne markt. Ook regering en wegvervoerders in Nederland stonden op het standpunt dat verdere liberalisering van het transport al met al zou bijdragen aan economische voorspoed, nationaal en Europees.

Dat die lijn nu om pragmatische redenen is verlaten, betekent hopelijk niet dat de visie van een voor het goederenvervoer grenzenloos Europa als achterhaald moet worden beschouwd.

Frank de Kruif