Na de feestelijke doop eind vorige week in Vlissingen begint het kraanschip van de Belgische aannemer Deme in Duitse wateren aan zijn eerste megaklus. Dat betreft het plaatsen van 28 zogenoemde monopiles, de funderingspalen waarop tegenwoordig bijna alle windturbines op zee worden geïnstalleerd. Ze zijn honderd meter lang, 9,6 meter in doorsnee en wegen 2000 ton. Daarmee zijn ze de grootste ooit in Europa. De paal waar het hoogspanningsstation op gebouwd wordt, is met 2100 ton nog een slagje groter en daarmee ‘wereldrecordhouder’.

De ‘Orion’ is in Vlissingen niet alleen gedoopt, maar daar ook uitgerust voor dit project, dat wordt uitgevoerd in opdracht voor het Belgische Parkwind. Die laat in de Duitse Oostzee voor de kust bij Sassnitz het windpark Arcadis Ost I bouwen van 257 megawatt. Dat moet volgend jaar klaar zijn.

De palen zijn niet voor niets enorm. Ze komen in 45 meter diep water te staan, veel meer dan wat tot nu toe gangbaar is op de Noordzee. Dat is precies de reden waarom de ‘Orion’ voor deze klus is geselecteerd. Het is het eerste wind turbine installa­tion vessel (wtiv) dat een dergelijke klus drijvend gaat uitvoeren en zichzelf niet boven zee langs uitschuifbare poten opvijzelt, zoals alle andere tot nu toe gebouwde wtiv’s. Zo’n normaal procedé werkt prima in waterdieptes tot een meter of 30, maar 45 meter kunnen ze niet aan.

Paalgrijper

Het project zal wereldwijd in de offshore wind-sector dan ook met argusogen worden gevolgd. Hamvraag is of het geavanceerde dynamic positioning-systeem betrouwbaar genoeg is om het schip tijdens het installatiewerk op een woelige zee voldoende stabiel op zijn plek kan houden. Dit is cruciaal voor een succesvolle plaatsing van de enorme stalen palen.

Een belangrijke rol daarin speelt de motion compensated pile gripper (mcpg), die de monopiles tijdens de installatie verticaal en stabiel op hun plek kan houden zelfs terwijl de ‘Orion’ met de golfslag mee beweegt. Het is hetzelfde principe als waarop de bewegingsgecompenseerde loopbruggen van Ampelmann zijn gebaseerd. De stabiele paalgrijper is gebouwd door de Nederlandse kranenbouwer Huisman en ontworpen door ingenieurs van beide bedrijven. Volgens Deme zorgt de mcpg er in combinatie met dynamic positioning voor dat de operatie kan worden uitgevoerd zonder dat de ‘Orion’ met ankers gefixeerd behoeft te worden, wat een complexe en tijdrovende operatie zou zijn.

Deme hoopt zo de dramatische voorgeschiedenis van de ‘Orion’ definitief achter zich te laten. Twee jaar geleden gingen beelden de wereld over van de ineenstorting van de enorme 5000 tons-hijskraan waarmee het schip de palen op zijn plaats moet zetten. Het gevaarte, gemaakt door kraanfabrikant Liebherr, begaf het tijdens een overbelastingstest in Rostock. Het gevolg was een schade van tientallen miljoenen euro’s.

Ontwerpfout

Deme wijdde er indertijd een summier persbericht aan waarin werd benadrukt dat de ‘Orion’ nog eigendom was van de bouwer, het Chinese Cosco Offshore. Onderzoek wees uit dat het kraandebacle waarschijnlijk te wijten was aan een ontwerpfout van het kraanblok, dat minstens 5500 ton aan had moet kunnen maar het bij een belasting van 2600 ton begaf. Het bewuste onderdeel was geleverd door het Nederlandse bedrijf Ropeblock.

Over de financiële afwikkeling van het incident is vrijwel niets bekend gemaakt. Niet voor niets wees Deme indertijd naar Cosco. In hoeverre het Chinese bedrijf Liebherr heeft aangesproken en of die schadeclaims naar Ropeblock doorschoof, het is allemaal onduidelijk. Het Nederlandse bedrijf wees op zijn beurt overigens weer naar een ‘gecertificeerde toeleverancier’. Ook heeft Deme niet bekend gemaakt in hoeverre er gevolgschade is geleden voor opdrachten die moesten worden uitgesteld of teruggegeven.

Zeker is wel dat de tijd van geld verdienen voor Deme is aangebroken als het Parkwind-project succesvol wordt afgerond. De waarde van dit project ligt ergens tussen de 150 en 300 miljoen euro. Het laatste bedrag komt aardig in de buurt van het prijskaartje van de ‘Orion’, dat op minstens kwart miljard wordt geschat. Voor dat geld heeft de groep wel een asset in handen met een monopoliepositie, aangezien het voorlopig als enige in de wereld dit soort klussen aan kan.

De orderportefeuille voor de inzet van de ‘Orion’ zit voor de komende jaren al aardig vol. Na de installatie van de funderingspalen in de Duitse Oostzee gaat het gevaarte offshore platformen op de Noordzee ontmantelen. De volgende grote offshore windklus wordt het plaatsen van 176 funderingen voor de Coastal Virginia Offshore Wind Farm in de VS, een van de grootste offshore windprojecten ter wereld.

De groep heeft zoveel vertrouwen in het concept van drijvend installeren dat het een vergelijkbaar schip in Taiwan laat bouwen. Deze ‘Green Jade’ zal vooral in Azië worden ingezet en moet eind dit jaar te water worden gelaten. Deme plaatste de bouwopdracht in juni 2020, kort na het kraandebacle in Rostock dus. De kraan met een hijsvermogen van 4000 ton voor dit schip wordt geleverd door het eerder genoemde Nederlandse bedrijf Huisman, die op dit gebied marktleider is. Volgens Deme staat die keus los van het ongeluk met de Liebherr-kraan en waren de contracten op dat moment al getekend.

Jan de Nul

Echt lang zal de groep het rijk niet alleen hebben. De Belgische concurrent Jan de Nul laat in China een wtiv bouwen die eveneens met behulp van dynamic positioning de modules van windturbines drijvend gaat installeren. Deze ‘Les Alizes’ krijgt eveneens een 5000-tons kraan en is begin dit jaar al te water gelaten. Het moet in de tweede helft van dit jaar worden opgeleverd en heeft al opdrachten voor het plaatsen van in totaal 107 funderingspalen voor twee Duitse windparken. De Nederlandse aannemers Van Oord en Boskalis hebben tot nu toe géén plannen bekendgemaakt voor de bouw van dit soort schepen.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement