Van Oord vormt samen met het Amerikaanse Great Lakes Dredge & Dock (GLDD) het consortium Empire Offshore Wind, dat de opdracht voor het bodemwerk heeft gekregen. Het Rotterdamse bedrijf moet onder meer een steenlaag aanbrengen, voorafgaand aan de installatie van de monopile-funderingen. Volgens het bedrijf is de waarde van de opdracht ‘meer dan tientallen miljoenen’.

Het Amerikaanse bedrijf moet na plaatsing van de funderingspalen een steenlaag aanbrengen om die te stabiliseren. GLDD laat daartoe voor bijna 200 miljoen dollar een eigen steenstorter bouwen door Philly Shipyard in Philadelphia. Dit heeft alles te maken met de Jones Act, die bepaalt dat vervoer in Amerikaanse wateren door Amerikaanse schepen moet worden uitgevoerd. Ook de offshore windsector valt onder deze wet.

Het park wordt gebouwd in opdracht van Empire Offshore Wind, een joint venture van het Noorse Equinor en het Britse BP. Met 174 windturbines, goed voor een totaal vermogen van ruim twee gigawatt, wordt het één van de grootste offshore windprojecten ter wereld. De constructie ervan gaat in de het zomerseizoen van 2025 van start.

Van Oord gaat daarvoor zijn ‘Stornes’ inzetten, een zogenoemd valpijpschip, dat de stenen onder water met grote nauwkeurigheid kan storten. Het bedrijf zegt met deze activiteit wereldwijd marktleider te zijn. De windparken worden ten zuiden van Long Island gebouwd en gaan genoeg stroom leveren voor ongeveer een miljoen huishoudens.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement