Dat stelt de Amerikaan Colin Grabow, die als onderzoeker is verbonden aan het Cato Institute in Washington DC, een denktank die zich sterk maakt voor de vrije markteconomie. De Jones Act heeft er volgens Grabow toe geleid dat er in de VS nauwelijks meer koopvaardijschepen worden gebouwd, omdat de bouwkosten vijf keer zo hoog zijn als in andere landen.

Amerikaanse rederijen die binnenlands vervoer verrichten, zijn verplicht om bij Amerikaanse werven schepen te bestellen, wat bij gebrek aan concurrentie prijsopdrijvend werkt. Ze beschikken daardoor niet of nauwelijks over tankers voor het binnenlands vervoer van olie en gas, ook al zijn die energiedragers in de VS in overvloed beschikbaar. ‘Dat heeft geleid tot de invoer van Russisch lng in New England en Puerto Rico en van Russische olie naar raffinaderijen aan de Atlantische kust’, aldus de onderzoeker.

Scheepvaartwet

Grabow voert al jaren een verbeten strijd tegen de uit 1920 daterende scheepvaartwet. Die is onderdeel van de Merchant Marine Act en bepaalt dat vervoer tussen Amerikaanse havens, ofwel cabotage, alleen uitgevoerd mag worden met schepen die in de VS zijn gebouwd, met een Amerikaanse bemanning varen en een Amerikaanse eigenaar hebben.

Voorstanders van de wet stellen dat de Jones Act de belangen van de Amerikaanse arbeiders beschermt, maar volgens Grabow is het tegendeel waar. Hij wijst erop dat de nationale civiele scheepsbouw door diezelfde wet inmiddels op sterven na dood is. Volgens hem zijn er sinds het jaar 2000 gemiddeld slechts drie Amerikaanse schepen per jaar in de vaart gekomen en is het totale aantal schepen onder de stars and stripes sinds 1980 afgenomen van 257 tot 93.

De kwestie is actueel omdat deze week onder druk van een dreigend benzinetekort in New York voor het eerst in lange tijd twee Jones Act-tankers zijn gecharterd voor het transport van brandstoffen van Texas en Louisiana naar New York. De vraag naar diesel, benzine en andere brandstoffen begint in deze tijd van het jaar meestal te stijgen doordat distributeurs hun opslagtanks gaan vullen voor de komende winter.

Benzineprijs

De benzineprijs in de noordoostelijke Amerikaanse staten is de afgelopen maanden sterk opgelopen, waardoor het voor leveranciers in sommige gevallen lonend werd om dure Amerikaanse tankers in te huren. De regio wordt normaal gesproken voor het grootste deel bevoorraad via de bijna 3000 kilometer lange Colonial Pipeline tussen Houston en New York, maar die draait al geruime tijd op maximale capaciteit.

De afgelopen weken heeft een aantal leveranciers overigens ook gebruikt gemaakt van een ‘sluiproute’ vanuit de Golf van Mexico via een terminal op de Bahama’s ten zuidoosten van Florida, zo rapporteerde persbureau Reuters. Door de brandstoffen tussentijds in de onafhankelijke eilandstaat te lossen en vervolgens in een ander schip te laden, is er immers sprake van internationaal vervoer, dat niet onder de werking van de Jones Act valt.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement