Volgens sectoreconoom Albert Jan Swart van ABN AMRO zitten de hoge energie- en materiaalprijzen klanten van Nederlandse industriebedrijven dwars. Daarnaast zijn de economische vooruitzichten slecht en zorgt de aanhoudende oorlog in Oekraïne voor onzekerheid bij ondernemers.

De graadmeter waarmee de Nevi de bedrijvigheid in de sector meet, daalde in september met 3,6 punten naar 49. Ieder cijfer onder de 50 punten wijst op krimp, daarboven op groei. In de 22 jaar dat de Nevi deze cijfers bijhoudt daalde de index slechts drie keer harder dan afgelopen maand.

Volgens Swart doet het lage aantal orders voor de industrie denken aan andere crisisperiodes. Cijfers over het aantal bestellingen waren ongeveer even laag als bij het knappen van de internetbubbel in 2001, tijdens de kredietcrisis en aan het begin van de coronapandemie.

De econoom wijst erop dat productiebedrijven ook nog met grote voorraden zitten die ze tijdens de coronacrisis hadden opgebouwd. Met een mogelijke recessie op komst proberen ze die voorraden nu af te bouwen.

Bij de nieuwe meting zaten ook lichtpunten. Zo blijft het aantal banen in de industrie groeien. Daarnaast produceerden Nederlandse bedrijven meer zogeheten investeringsgoederen, bijvoorbeeld machines. Dat heeft er mogelijk mee te maken dat ondernemers verouderde machines snel willen vervangen door zuinigere apparatuur om op energiekosten te besparen.