De laatste in dat rijtje was de Hoge Raad die op 14 oktober jl een antwoord gaf op de vraag wanneer we in het internationale transport kunnen spreken van detachering. Oordeelde het Gerechtshof Den Bosch in 2017 nog dat er pas sprake is van detachering op het grondgebied van een lidstaat, indien de werkzaamheden in elk geval ‘in overwegende mate’ op het grondgebied van die betreffende lidstaat worden uitgevoerd.

De Hoge Raad zag dat anders en oordeelde dat aan de hand van (alle) relevante factoren moet worden bepaald of er sprake is van een ‘voldoende nauwe band’ met een bepaalde lidstaat om van detachering te kunnen spreken. Daarmee gaf de Hoge Raad een ander oordeel dan het Gerechtshof en ging bij FNV de vlag uit, omdat ze terecht in cassatie waren gegaan tegen de uitspraak van het Gerechtshof. De zaak gaat nu terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij het Hof aan deze nieuwe maatstaf de situatie bij Van den Bosch mag gaan toetsen en zich de vraag moet gaan stellen: ‘Wijzen de feiten en omstandigheden bij Van den Bosch op een dermate voldoende nauwe band met Nederland dat sprake is van detachering?’. En kan bij Van den Bosch eventueel de vlag uit.

Het Europese Hof en de Hoge Raad hebben namelijk overwogen, dat niet doorslaggevend is dat de chauffeurs instructies krijgen van Van den Bosch in Nederland. Ook is het niet voldoende dat de chauffeurs hun ritten regelmatig beginnen en eindigen in Erp. Daarentegen is wel relevant waar geladen en gelost wordt en dat is ongetwijfeld lang niet altijd in Nederland geweest. Het is dus nog maar zeer de vraag of het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op basis van deze criteria en een nieuwe feitenafweging zal oordelen dat sprake was van detachering in Nederland. Ik acht het in ieder geval niet onwaarschijnlijk dat over twee jaar in Erp de vlaggen zullen wapperen.

Ondertussen hebben ze in Brussel niet stil gezeten. Ook daar zag men dat de huidige detacheringsregels moeilijk toepasbaar waren in het wegtransport. Daarom zijn in het beruchte en gevreesde Mobiliteitspakket transportspecifieke regels voor detachering opgenomen. Deze specifieke richtlijn bepaalt dat enkel bij een vervoersovereenkomst tussen twee bedrijven, gesproken kan worden van detachering. Vervolgens wordt haarfijn uitgelegd dat in geval van cabotage en niet-bilateraal internationaal vervoer sprake kan zijn van een ‘voldoende nauwe band’ en dan dus de basis arbeidsvoorwaarden van dat specifieke lidstaat gelden.

Klinkt helder. Helaas blijkt de praktijk weerbarstiger te zijn. Uitvoerings- en/ of handhavingsregels voor deze nieuwe detacheringsregels zijn er nog niet. Sterker nog, veel EU-landen hebben de nieuwe regels nog niet eens geïmplementeerd in hun nationale wetgeving. Daarmee zijn we in een situatie beland waarin iedereen elkaar zit aan te kijken en zich af vraagt: ‘Hoe nu verder?’ Of onze kemphanen wat opschieten met de nieuwe detacheringsregels? Ik denk het niet. Behalve de enorme onduidelijkheid over de uitvoering- en handhaving, gaat de uitspraak van de Hoge Raad straks nog een enorme rol spelen. Want vooral bij niet-bilateraal internationaal vervoer, is die ‘voldoende nauwe band’ nog helemaal niet zo gemakkelijk vast te stellen, ook niet met de nieuwe regels.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement