De rapportage uit Brussel biedt ons voor het eerst inzicht in de aantallen inspecteurs die betrokken zijn bij de controles op naleving van de rij- en rusttijden. In Nederland zijn dat er 200. Het lijkt op het eerste gezicht heel wat, maar het aantal staat in schril contrast met onze buren in Europa. De Belgen hebben bijna 3.700 inspecteurs, in Duitsland zijn het er meer dan 16.000. Het Nederlandse inspecteursbestand is grofweg even groot als dat in Cyprus, Bulgarije en Estland, zo blijkt uit de Commissierapportage, waarmee het beeld van een uitgekleed inspectie-apparaat bevestigd wordt.

Het gebrek aan inspecties lijkt inmiddels bijna een politieke keuze. Toch reageerde de toenmalige minister Cora van Nieuwenhuizen als door een wesp gestoken toen tv-programma De Monitor haar eind vorig jaar over dit onderwerp aan de tand voelde. De ILT moest zijn zaakjes ‘in orde brengen’, zo zei de bewindsvrouw destijds. Maar die woorden krijgen pas betekenis als er ook geld wordt vrijgemaakt om meer inspecteurs aan te nemen.

Nederland heeft aan de Europese Commissie laten weten dat de cijfers over ILT-inspecties ook anders geïnterpreteerd kunnen worden. De inspectiedienst heeft immers met een flink aantal bedrijven de afspraak gemaakt dat zij zich beter aan de regels moeten houden; het zogenoemde ‘inspecteren op basis van vertrouwen’. Door de gewerkte chauffeursdagen van die bedrijven op te tellen bij daadwerkelijke inspecties, voldoen we alsnog aan de norm, zo is de gedachte. Maar zeggen dat iets niet mag, is niet hetzelfde als handhaven op naleving. Zeker omdat we inmiddels weten dat de rotte appels in het wegvervoer elke millimeter ruimte en elke maas in de regels weten te benutten bij hun sjoemelpraktijken. Het ophogen van de cijfers helpt misschien om de zichtbaarheid van het gebrek aan slagkracht wat te verzachten, maar het is niet passend bij de omvang van de problematiek.

Zijn er dan helemaal geen lichtpuntjes te destilleren uit de Brusselse rapportage? Toch wel. Nederland loopt in Europa behoorlijk voor de troepen uit als het gaat om digitale handhaving. Het duurt volgens het ministerie niet lang meer voordat de ILT tachograafbestanden op grote schaal en geautomatiseerd kan checken op overtredingen, waarmee de pakkans in potentie fors omhoog gaat.

Toch bieden deze hightech inspectiemethodes in lang niet alle gevallen soelaas. Vooral de vele buitenlandse vervoerders die in ons land actief zijn, blijven buiten de zoeklichten van de inspectiedienst zo lang er geen inspecteurs langs de kant van de weg staan. Ook het sjoemelen met chauffeurskaarten is heel moeilijk vanachter het bureau op te sporen.

De nieuwe regels voor rij- en rusttijden uit het EU-Mobiliteitspakket beloven betere werkomstandigheden voor chauffeurs en een gelijk speelveld voor de hele EU. Maar terwijl landen als Duitsland hun controle-inspanningen verder opvoeren, zakt Nederland voorlopig alleen maar verder weg. Het gelijke speelveld komt er op deze manier niet. Digitaal toezicht heeft inderdaad de toekomst, maar niet zonder het ouderwetse controleren op locatie. Het is niet of-of, maar en-en. En daarvoor zijn voldoende inspecteurs langs de weg nodig.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding