Het havenschandaal draaide om een deal tussen de voormalige directeur van het Rotterdamse Havenbedrijf Willem Scholten en ondernemer Joep van den Nieuwenhuyzen. Scholten gaf tussen 2002 en 2004 op eigen houtje voor 180 miljoen euro aan bankgaranties voor leningen aan de RDM-bedrijven van Van den Nieuwenhuyzen.

Toen RDM die leningen niet kon terugbetalen kwam aan het licht dat Scholten zijn boekje ver te buiten was gegaan. Bovendien zou Van den Nieuwenhuyzen zich schuldig hebben gemaakt aan omkoping en faillissementsfraude.

Van den Nieuwenhuyzen werd in 2015 in hoger beroep door het gerechtshof veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar, waarvan 285 dagen voorwaardelijk, en een boete van 150.000 euro. De ex-havendirecteur kreeg een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd en een boete van 75.000 euro. Scholten sloot eerder al een overeenkomst met het Openbaar Ministerie waarmee zijn veroordeling onherroepelijk werd.

Zowel Van den Nieuwenhuyzen als het OM ging tegen de eerdere veroordeling in cassatie bij de Hoge Raad. De zakenman vond dat hij onterecht werd beschuldigd van omkoping van Scholten. Het OM ging in beroep tegen de vrijspraak van Van den Nieuwenhuyzen op enkele punten.

Zijn veroordeling is nu definitief. Dat geldt ook voor de veroordeling tot een maand voorwaardelijk voor de oud-controller van RDM.