Nieuwsblad Transport organiseerde hierover afgelopen week een webinar. Te gast waren Bart Banning (sector banker bij ABN AMRO), Susanne Balm (onderzoeker bij de Hogeschool van Amsterdam) en Suzanne Debrichy (partner en commercieel manager bij Stadslogistiek, een initiatief van PostNL).

De Hogeschool van Amsterdam (HvA) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) hebben samen met hun leveranciers en logistieke dienstverleners de afgelopen vijf jaar gewerkt aan duurzame bevoorrading van hun panden. Er is een logistieke hub van logistiek dienstverlener Deudekom aan de rand van Amsterdam gebruikt om facilitaire goederen, zoals printpapier en koffie, daar centraal af te leveren, te bundelen en met elektrische vrachtvoertuigen naar de HvA- en UvA-locaties te brengen.

Inkoopprijzen

‘De UvA en HvA beschikken over 10.000 medewerkers en 80.000 studenten met zo’n 30 locaties verspreid door de stad, waarvan een groot deel op drukke locaties in de binnenstad. We zijn verantwoordelijk voor een groot volume dat dagelijks de stad in gaat’, vertelt Balm.

Hoewel de leverancier zijn goederen aan de rand van de stad kan bezorgen en daardoor niet zelf naar alle locaties hoeft, gaat het financiële voordeel daarvan niet altijd naar de hogescholen als inkoper. Balm: ‘We hebben het zo ingericht, dat de leverancier zelf de afspraken maakt met de hubpartij om de kosten van de hub te verrekenen. Daar blijven we als ontvanger buiten. Of wij betere inkoopprijzen krijgen, moet blijken uit de volgende aanbestedingen. Maar die prijs hangt van heel veel factoren af, dus dat is lastig te bepalen.’

Er is veel data beschikbaar gesteld door leveranciers en de hub, toch bleek het analyseren ervan erg tijdsintensief. ‘Business cases doorrekenen is ontzettend complex. We doen het wel, maar het bleek niet doorslaggevend. Het werkt vaak vertragend alles eerst door te willen rekenen. Het gewoon doen, was het
motto.’

Impact

Wel had de bundeling soms grote impact op de medewerkers van de HvA. Balm: ‘Die waren niet gewend om grote volumes aan te nemen. Dus we moesten nieuwe afspraken maken voor de inpandige distributie. We werken samen met Deudekom en zij leveren ook diensten achter de deur, bijvoorbeeld door pakketten direct in de kluizen te zetten.’

Wel heeft Balm gemerkt dat het soms lastig is om alle leveranciers mee te nemen in de nieuwe opzet. ‘Duurzame logistiek staat vaak niet bovenaan de agenda. Ook denken ze soms dat een ander de eerste stap moet zetten. Leveranciers moeten zelf inzien dat het ook voor hen goed is. Ik probeer andere inkopers te enthousiasmeren, maar als er niet voldoende commitment of urgentie is, dan is het lastig om echt stappen te maken. Het concept is immers nog niet voor iedereen op een presenteerblaadje aan te bieden’

PostNL

Ook PostNL is bezig om de stadsdistributie te vernieuwen door te werken met stadshubs. Daartoe is onlangs het initiatief Stadslogistiek gelanceerd. Verschillende leveranciers geven hierbij zendingen af op de hub aan de rand van de stad. Op de hub worden de zendingen gebundeld, zodat ze in één rit op een duurzame manier worden afgeleverd bij de ontvangers. Het gaat om de grotere ladingdragers, zoals pallets en rolcontainers, en niet om de reguliere pakkettenstroom.

Suzanne Debrichy is commercieel manager bij Stadslogistiek en bezig de dienst verder op te schalen. De lokale ondernemers zijn eigenaar van de hub, PostNL zorgt voor landelijke uitrol van het concept en voor de uitvoering van het last mile transport. ‘We willen hiermee een verbinding maken tussen ontvangers en verzenders om zo de eerste stap voor een betere stadslogistiek voor hen makkelijker te maken. De inkopers hebben een belangrijke rol bij dit soort projecten. Zij moeten eisen om duurzaam, elektrisch en gebundeld bevoorraad te willen worden. Dan zal de logistieke markt zelf partnerships opzetten met verschillende stakeholders. Zo helpen wij de lokale ondernemers met een stadshub. De activiteiten bestaan uit last mile transport, warehousing en fulfilment.’

Kosten

De kosten van de hub worden gedragen door de leveranciers. ‘Als je dat bij de ontvangers doet, wordt het heel complex’, weet Debrichy. ‘De afspraken en verrekening worden gemaakt tussen de hubs en verzenders. Zo ontstaat een partnerschap zonder dat de ontvanger zich ermee gaat bemoeien.’

‘Logistiek wordt vaak geassocieerd met de laagste kosten. Maar in de duurzaamheidsdiscussie moeten we dat aanpassen’, vindt Banning. ‘Hier gaat het om de keten die wil verduurzamen. Dus dat betekent niet dat de kosten bij de logistieke uitvoerder moeten komen te liggen, maar ook bij de leverancier. ABN AMRO ziet de potentie voor ketensamenwerking. Dit is een van de redenen waarom wij als deelnemer zijn aangesloten bij het initiatief Convenant ZES. Ketensamenwerking, het delen van informatie en kosten zal innovatie stimuleren.’

Facilitaire dienstverleners waren altijd gewend bij de bezorging extra services te leveren, door bijvoorbeeld hygiëneboxen te legen en papieren handdoeken en zeep bij te vullen. Die taken worden nu uitbesteed aan schoonmaakpartijen, die toch al in de gebouwen aanwezig zijn. ‘Daardoor kunnen ook de facilitaire leveranciers gebruikmaken van de hub. Maar dat vereist wel goede gesprekken. We rapporteren de impact op de CO2-uitstoot via de tool Big Mile’, legt Debrichy uit. ‘Binnenkort lanceren we een tool waarmee we op voorhand de impact van werken met een stadshub kunnen meten op economische, sociale en gezondheidsaspecten.’

Inkooptraject

‘De ontvanger bepaalt met wie wij samenwerken. Zij vragen om de oplossing en kiezen – vaak door een aanbestedings- of inkooptraject – de leverancier van hun goederen. Leveranciers benaderen ons vervolgens om het proces en de tarieven te bespreken. Inmiddels hebben we met een aantal leveranciers ook landelijke afspraken kunnen maken en creëren we meer partnerships. Daarmee gaat er meer volume door de hubs en kun je ook efficiënter werken’, licht ze toe.

De belangrijkste doelgroep bestaat uit kantoren van overheid en bedrijven, zorginstellingen, retail en horeca. Debrichy: ‘Zij krijgen dagelijks veel toeleveranciers aan de deur en hebben er dus het meeste baat bij. We willen deze oplossing over vijf jaar in 25 steden kunnen aanbieden.’

Banning: ‘Dit zijn mooie voorbeelden. Ik hoop dat ook de rest van de markt durft om vooruit te denken. Het gaat niet alleen om samenwerken, maar ook om vertrouwen en transparant naar elkaar zijn. De kost gaat soms voor de baat uit, dus kijk niet alleen naar wat het voor jou oplevert. Je bent onderdeel van een keten. Durf die keten dan ook samen te verduurzamen.’