Nearshoring C&A eerst nog experimenteel

productie- en bevoorradingsproces

Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Zo moet de jeansfabriek van C&A worden gezien die het familiebedrijf momenteel opzet in het Duitse Mönchengladbach. ‘Het gaat allereerst om een experiment om te kijken of het haalbaar is de eigen productie van spijkerbroekfabrieken weer naar Europa te halen’, aldus de initiatiefnemers.

Echt geproduceerd wordt er dan ook nog niet in de fabriekshal van ruim 4000 vierkante meter, waar met ongeveer zestig medewerkers allereerst de kneepjes van het vak worden geleerd in het naaiatelier. Daarnaast wordt er een compleet geautomatiseerde wasserij opgezet. In totaal biedt de fabriek straks werk aan zo’n honderd medewerkers. Dat het personeelsbestand zo laag is, heeft te maken met de hoge graad aan digitalisering en automatisering. Zo worden de cutters, de robots voor het knippen van de stoffen, op afstand aangestuurd door de ontwerpbureaus van C&A. De rollen stof komen niet meer uit Azië. Het textielconcern haalt ze rechtstreeks uit Italië om niet langer afhankelijk te zijn van lange aanlevertijden. Daarbij wordt erop gemikt om de eerste spijkerbroeken ‘made in Germany’ in het voorjaar in de winkels te krijgen. De verkoopprijs van de spijkerbroeken zou dan onder de 100 euro moeten komen te liggen, verklapte financieel directeur Birgit Kretschmer tegenover de Duitse TV-zender WDR.

C&A wil met het initiatief, dat wetenschappelijk wordt begeleid door de Hogeschool van Niederrhein, vooral onderzoeken of er vanuit de Duitse standplaats überhaupt kan worden geconcurreerd met de lage lonenlanden in Azië. Door de allerlaatste technieken te gebruiken, worden de loonkosten zo laag mogelijk gehouden, stelt directeur Uwe Gansfort van C&A FIT (Factory for Innovation in Textiles), zoals de fabriek van C&A officieel heet. Gansfort wijst erop dat ondanks alle automatiseringsslagen de productie niet helemaal zonder handarbeid kan.

Nieuw tijdperk

Volgens de manager kan de eigen jeansfabriek ‘het begin van een nieuw tijdperk’ inluiden, maar moeten nu in de eerste plaats ‘ervaringen worden verzameld op het gebied van duurzaamheid en productie’.

Textielprofessor Maike Rabe van de Hogeschool Niederrhein noemt de stap van C&A ‘uitgesproken moedig’ en stelt dat die op ‘het juiste moment’ komt. Zij is nauw betrokken bij het C&A-project en zegt dat het grote Europese textielconcern snel heeft ingezien dat door de coronacrisis de ‘stabiliteit van de logistieke keten niet langer gegarandeerd is’.

Rabe haalt daarbij een opinieonderzoek aan van het Duitse Ifo onder textielhandelaren. Daaruit blijkt dat bijna 40% momenteel grote problemen heeft met de bevoorrading. ‘Als C&A succesvol is met deze textielfabriek, kan dat een belangrijke motivatie zijn voor veel andere bedrijven om hetzelfde te doen’, stelde de professor tegenover een regionale Duitse krant.

De keuze voor Mönchengladbach als standplaats voor de nieuwe jeansfabriek is niet onlogisch. De Duitse industriestad aan de grens met het Limburgse Venlo stond ooit bekend als de textielstad van Duitsland en veel van de ingehuurde medewerkers hebben het vak nog geleerd in de oude textielfabrieken van de stad.

800.000 jeans

Een tweede element in het nearshoringproject van C&A is om te bekijken of er op duurzame en energievriendelijke wijze jeans kunnen worden geproduceerd in Duitsland. Daarbij is het doel om in de startfase zo’n 420.000 spijkerbroeken per jaar te produceren en later rond de 800.000 stuks. Dat klinkt als een hoog aantal, maar het is amper 2 tot 3% van de jaarlijkse winkelverkoop aan spijkerbroeken bij de winkelketen, zegt Gansfort.

Het genoemde percentage geeft aan dat het hier zeker nog niet gaat om een massale verhuizing van de productie van Azië naar Europa door C&A. Toch moet het opzetten van de jeansfabriek de expediteurs en containerrederijen te denken geven, want C&A heeft het initiatief mede genomen onder druk van de oplopende transportkosten in de containervaart én vanwege de lange en onzekere doorlooptijden van de kledingstukken, die een adequate bevoorrading van de winkels in Europa bijna onmogelijk maken. Daarnaast wordt het voor C&A steeds moeilijker om met de trage logistiek nog te anticiperen op de snel wisselend modetrends in Europa.

Met de eigen productie van jeans hoopt de Duitse winkelketen een stukje regie terug te kunnen tegen aanzienlijk lagere transportkosten. Verder hoopt het kledingconcern beter in te kunnen spelen op de snel veranderende vraag uit de markt. Met de huidige lange transporttijden tussen bestelling en ontvangst is dat bijna onmogelijk geworden, stelt Gansfort. ‘Wij hebben tegenwoordig te maken met een productie- en transporttijd van de kledingstukken van zes tot negen maanden. Straks kunnen wij dat hier in Mönchengladbach realiseren in één tot twee weken.’

Door de kortere afstanden naar de afzetmarkt kunnen logistieke knelpunten in bijvoorbeeld de Chinese havens worden vermeden. Ook hoopt de manager met groene stroom en weinig watergebruik door een modern wasproces een bijdrage te leveren aan een energiezuinig en duurzaam productieproces. Ook wordt er door de ‘fabricage on demand’ iets gedaan aan de overproductie van kleding, zegt hij.

Hugo Boss

C&A zegt dat het naast het opzetten van de eigen textielproductie ook op zoek is naar alternatieve logistieke bevoorradingsketens. Dit initiatief wordt nog niet nader toegelicht, maar kan weleens slecht nieuws zijn voor de containerrederijen waarvan het bedrijf doorgaans gebruik maakt bij de kledingimport. Voor de jaarwisseling maakte ook het Duitse kledingmerk Hugo Boss bekend dat het productie terughaalt uit Azië. Daarbij wordt gekeken naar Turkije. Het bedrijf laat al 20% van zijn modeartikelen produceren in Europa (Polen, Duitsland en Italië).

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding

Nearshoring C&A eerst nog experimenteel | NT

Nearshoring C&A eerst nog experimenteel

productie- en bevoorradingsproces

Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Zo moet de jeansfabriek van C&A worden gezien die het familiebedrijf momenteel opzet in het Duitse Mönchengladbach. ‘Het gaat allereerst om een experiment om te kijken of het haalbaar is de eigen productie van spijkerbroekfabrieken weer naar Europa te halen’, aldus de initiatiefnemers.

Echt geproduceerd wordt er dan ook nog niet in de fabriekshal van ruim 4000 vierkante meter, waar met ongeveer zestig medewerkers allereerst de kneepjes van het vak worden geleerd in het naaiatelier. Daarnaast wordt er een compleet geautomatiseerde wasserij opgezet. In totaal biedt de fabriek straks werk aan zo’n honderd medewerkers. Dat het personeelsbestand zo laag is, heeft te maken met de hoge graad aan digitalisering en automatisering. Zo worden de cutters, de robots voor het knippen van de stoffen, op afstand aangestuurd door de ontwerpbureaus van C&A. De rollen stof komen niet meer uit Azië. Het textielconcern haalt ze rechtstreeks uit Italië om niet langer afhankelijk te zijn van lange aanlevertijden. Daarbij wordt erop gemikt om de eerste spijkerbroeken ‘made in Germany’ in het voorjaar in de winkels te krijgen. De verkoopprijs van de spijkerbroeken zou dan onder de 100 euro moeten komen te liggen, verklapte financieel directeur Birgit Kretschmer tegenover de Duitse TV-zender WDR.

C&A wil met het initiatief, dat wetenschappelijk wordt begeleid door de Hogeschool van Niederrhein, vooral onderzoeken of er vanuit de Duitse standplaats überhaupt kan worden geconcurreerd met de lage lonenlanden in Azië. Door de allerlaatste technieken te gebruiken, worden de loonkosten zo laag mogelijk gehouden, stelt directeur Uwe Gansfort van C&A FIT (Factory for Innovation in Textiles), zoals de fabriek van C&A officieel heet. Gansfort wijst erop dat ondanks alle automatiseringsslagen de productie niet helemaal zonder handarbeid kan.

Nieuw tijdperk

Volgens de manager kan de eigen jeansfabriek ‘het begin van een nieuw tijdperk’ inluiden, maar moeten nu in de eerste plaats ‘ervaringen worden verzameld op het gebied van duurzaamheid en productie’.

Textielprofessor Maike Rabe van de Hogeschool Niederrhein noemt de stap van C&A ‘uitgesproken moedig’ en stelt dat die op ‘het juiste moment’ komt. Zij is nauw betrokken bij het C&A-project en zegt dat het grote Europese textielconcern snel heeft ingezien dat door de coronacrisis de ‘stabiliteit van de logistieke keten niet langer gegarandeerd is’.

Rabe haalt daarbij een opinieonderzoek aan van het Duitse Ifo onder textielhandelaren. Daaruit blijkt dat bijna 40% momenteel grote problemen heeft met de bevoorrading. ‘Als C&A succesvol is met deze textielfabriek, kan dat een belangrijke motivatie zijn voor veel andere bedrijven om hetzelfde te doen’, stelde de professor tegenover een regionale Duitse krant.

De keuze voor Mönchengladbach als standplaats voor de nieuwe jeansfabriek is niet onlogisch. De Duitse industriestad aan de grens met het Limburgse Venlo stond ooit bekend als de textielstad van Duitsland en veel van de ingehuurde medewerkers hebben het vak nog geleerd in de oude textielfabrieken van de stad.

800.000 jeans

Een tweede element in het nearshoringproject van C&A is om te bekijken of er op duurzame en energievriendelijke wijze jeans kunnen worden geproduceerd in Duitsland. Daarbij is het doel om in de startfase zo’n 420.000 spijkerbroeken per jaar te produceren en later rond de 800.000 stuks. Dat klinkt als een hoog aantal, maar het is amper 2 tot 3% van de jaarlijkse winkelverkoop aan spijkerbroeken bij de winkelketen, zegt Gansfort.

Het genoemde percentage geeft aan dat het hier zeker nog niet gaat om een massale verhuizing van de productie van Azië naar Europa door C&A. Toch moet het opzetten van de jeansfabriek de expediteurs en containerrederijen te denken geven, want C&A heeft het initiatief mede genomen onder druk van de oplopende transportkosten in de containervaart én vanwege de lange en onzekere doorlooptijden van de kledingstukken, die een adequate bevoorrading van de winkels in Europa bijna onmogelijk maken. Daarnaast wordt het voor C&A steeds moeilijker om met de trage logistiek nog te anticiperen op de snel wisselend modetrends in Europa.

Met de eigen productie van jeans hoopt de Duitse winkelketen een stukje regie terug te kunnen tegen aanzienlijk lagere transportkosten. Verder hoopt het kledingconcern beter in te kunnen spelen op de snel veranderende vraag uit de markt. Met de huidige lange transporttijden tussen bestelling en ontvangst is dat bijna onmogelijk geworden, stelt Gansfort. ‘Wij hebben tegenwoordig te maken met een productie- en transporttijd van de kledingstukken van zes tot negen maanden. Straks kunnen wij dat hier in Mönchengladbach realiseren in één tot twee weken.’

Door de kortere afstanden naar de afzetmarkt kunnen logistieke knelpunten in bijvoorbeeld de Chinese havens worden vermeden. Ook hoopt de manager met groene stroom en weinig watergebruik door een modern wasproces een bijdrage te leveren aan een energiezuinig en duurzaam productieproces. Ook wordt er door de ‘fabricage on demand’ iets gedaan aan de overproductie van kleding, zegt hij.

Hugo Boss

C&A zegt dat het naast het opzetten van de eigen textielproductie ook op zoek is naar alternatieve logistieke bevoorradingsketens. Dit initiatief wordt nog niet nader toegelicht, maar kan weleens slecht nieuws zijn voor de containerrederijen waarvan het bedrijf doorgaans gebruik maakt bij de kledingimport. Voor de jaarwisseling maakte ook het Duitse kledingmerk Hugo Boss bekend dat het productie terughaalt uit Azië. Daarbij wordt gekeken naar Turkije. Het bedrijf laat al 20% van zijn modeartikelen produceren in Europa (Polen, Duitsland en Italië).

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding