De windmolens worden groter en groter. Daardoor zijn er grotere materialen nodig. De langere palen en langere bladen, vragen om grotere schepen.

Bob Meijer van TKI Wind op Zee: ‘Opschalen is hard nodig. We hebben in alles meer nodig, meer wattage, meer materialen en eigenlijk ook meer Noordzee. Het wordt dringen op de Noordzee en dat is lastig. Maar om aan de vraag te kunnen blijven voldoen, is dit nodig. We hebben nu ongeveer twee gigawatt in het water staan, dat breiden we uit tot 11 gigawatt in 2030 en in 2050 moet het opgeschaald zijn naar 66 gigawatt. Daar is veel voor nodig. Niet alleen grotere windmolens, maar ook grotere schepen.’

Grotere schepen nodig

In Duitsland is de groei vergelijkbaar. Daar is nu 7,7 gigawatt beschikbaar en dat moet in 2040 40 gigawatt zijn. ‘Dat betekent 2 gigawatt per jaar erbij’, legt Heike Winkler van Win Agentur Bremen uit. ‘Dat is haalbaar. Daar zijn we blij mee. Alleen hebben we wel grotere schepen nodig, wat bij scheepsbouwers voor topdrukte kan zorgen. Nu hoeven we even niets, dat is ook weer lastig. Dit jaar installeren we niets meer wat windenergie betreft. In 2025 gaan we weer verder.’ De grotere vraag naar windenergie voor de toekomst, zorgt voor meer vraag naar grotere materialen en daarvoor grotere schepen.

Ward Gommeren van GE Renewable Energy roept op om met innovatieve ideeën te komen: ‘Als alles groter wordt, is het moeilijker om veilig in havens te manoeuvreren. Veiligheid is onze topprioriteit. Niet alleen om veilig te kunnen vervoeren, maar ook om onderdelen vast te zetten op schepen. Ook het overladen in de havens moet veilig gebeuren.’

Jan Willem Dijksterhuis van Broekman Logistics vindt de ruimte op de terminals de grootste uitdaging: ‘De materialen die nodig zijn voor de windmolens zijn zo groot, dat er flink wat ruimte moet zijn om ze op te kunnen slaan. Stel dat er iets misgaat in het transport, dan moet de productie wel door kunnen gaan. Ook het vervoer wordt lastiger, zowel op zee als aan land.’

Drijvende zonnepanelen

Carlos Eduardo Lima Da Cunha van de Europese Commissie meldt dat er in 2020 voor het eerst meer groene elektriciteit opgewekt is dan uit fossiele bronnen: ‘We hebben dat ook nodig, want in 20250 willen we op 200 gigawatt zitten. Dat vraagt enorme investeringen in zonne- en windenergie. We zitten nu op ongeveer 38 procent van wat uiteindelijk nodig is, dus moeten we ook doorzetten. Daarvoor zetten we ook in op energie uit algen, bijvoorbeeld en we zetten in op drijvende zonnepanelen. Maar laten we niet ongecontroleerd bezig zijn, maar er wel een idee achter hebben, waar we naartoe willen.’

Bogdan Dima van Kintetsu World Express ziet in iedere uitdaging ook een nieuwe kans: ‘Door een veranderende vraag, is het aan ons om hierop in te spelen en voor aanpassingen te zorgen. Als er zwaarder getild moet worden, moeten wij voor betere kranen zorgen.’

Leif Arne Strommen van G2 Ocean verwacht een groei van twintig tot dertig procent in het vervoer van windenergie: ‘Wij gaan onze vloot deels vernieuwen om aan de vraag te kunnen voldoen, ook al blijven we meer onshore wind doen. Onze schepen zijn wel zo groot dat we de grotere rotorbladen kunnen vervoeren.’

Uitbreiden infrastructuur

Dima voegt daaraan toe: ‘Het uitbreiden van de infrastructuur, het elektriciteitsnet en de haven zelf zijn de grootste uitdagingen.’ Dijksterhuis: ‘Ook het vervoer van rotorbladen op schepen kan een probleem worden, bijvoorbeeld om onder bruggen door te kunnen. Het is economischer om meerdere bladen op elkaar te stapelen, maar past het dan nog?”’

Naast de onderdelen voor windmolens, ziet Andre Mulder van Lubbers Logitics Group nog een belangrijk punt: ‘De kabels die nodig zijn voor het transport van groene energie wegen honderd ton voor lange afstanden. Hoe langer de afstand en de kabel, hoe dikker ook. Voor een kabel van hoog voltage van meer dan twee kilometer heb je een haspel van twaalf meter en een diameter van bijna vier-en-een-halve meter nodig. Om dat te vervoeren heb je gigantische vrachtwagens en schepen nodig. Een oplossing hiervoor kan zijn om kortere kabels te gebruiken, waarvoor de vervoerskosten lager zijn. Maar die moeten aan elkaar gelast worden en dat geeft weer nieuwe uitdagingen.’

‘”We willen een zo klein mogelijke ecologische footprint achterlaten’, zegt Meijer van TKI. ‘Het opvangen van hernieuwbare energie moet niet te koste gaan van het milieu.’

Veel budget

Volgens Lima Da Cunha is er veel budget beschikbaar: ‘In 2020 is er 3 biljoen euro uitgegeven aan offshore technologie en drijvende techniek. Horizon Europe (een onderzoeks- en innovatieprogramma, red) is vorige week gestart, een ‘man op de maanmoment voor Europa’ noemde Von der Leyden het. Heel Europa wil groen en veilig, dat is cruciaal voor de toekomst. De Offshore Renewable Strategy is een goede weg, maar de hobbels zijn alle regels en voorwaarden waaraan moet worden voldaan.’

‘Daar zijn we ons wel van bewust’, zegt Lima Da Cunha. ‘Daarom gaan we in gesprek met lokale bedrijven en overheden.’

Het transport van materialen moet idealiter met groene energie gebeuren. Meijer: ‘We kijken ook of we groene energie kunnen opslaan of omzetten zodat we het kunnen vervoeren.’ Ook Winkler van WAB ziet uitdagingen: ‘Wellicht moeten we ook zonder pijpleidingen energie kunnen verplaatsen. Ook is het nodig om alvast te kijken naar het milieuvriendelijk ontmantelen van alle installaties. Dat moet nu al met sommige projecten voor fossiele energie gebeuren. Hoe gaan we dat over twintig jaar doen met de huidige installaties? In hoeverre kunnen we herbruikbare materialen inzetten, zodat we straks geen problemen hebben? Dat zijn belangrijke overwegingen.’

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding