Nieuw hoofdstuk in soap Van den Bosch en Hongaarse chauffeurs

rechtszaak

Een al jaren durende rechtszaak tussen transportbedrijf Van den Bosch en enkele van zijn buitenlandse chauffeurs is nog niet voorbij. Vrijdag besloot de Hoge Raad om het conflict door te verwijzen naar het Europees Hof van Justitie. Centraal staat de vraag of de Hongaarse chauffeurs Nederlands loon hadden moeten krijgen.

De zaak tussen de transporteur uit Erp en de buitenlandse personeelsleden loopt al zo’n vier jaar. De chauffeurs zijn in dienst van een Hongaarse zusteronderneming van Van den Bosch en krijgen niet betaald volgens Nederlandse maatstaven, maar volgens die van Hongarije. Ze rijden echter wel ritten die deels in Nederland plaatsvinden.

Vakbond

Volgens vakbond FNV, die de chauffeurs bijstaat in de rechtszaal, hebben de medewerkers recht op Nederlands loon. Het transportbedrijf vindt echter van niet. In een eerste zitting bij de rechtbank kregen de chauffeurs gelijk, in hoger beroep kreeg Van den Bosch gelijk van het Gerechtshof.

Deze laatste uitspraak werd door de Hoge Raad vrijdag vernietigd. Dit betekent echter niet dat de chauffeurs nu definitief onder de Nederlandse cao vallen.

Detacheringsrichtlijn

De Hoge Raad heeft nog geen definitief oordeel gegeven en vraagt nu advies van het Europese Hof van Justitie. Die moet antwoord geven op de vraag of de Detacheringsrichtlijn van toepassing is op een werknemer die als chauffeur werkzaam is in het internationaal wegvervoer.

Ook wil de Hoge Raad weten hoe moet worden bepaald of zo’n chauffeur tijdelijk op het grondgebied van een lidstaat werkt, en wanneer sprake is van een algemeen verbindend verklaarde cao. De zaak is voor verdere behandeling doorverwezen naar de rechtbank Arnhem-Leeuwarden. De onzekerheid voor beide partijen duurt dus voort.

Nieuw hoofdstuk in soap Van den Bosch en Hongaarse chauffeurs | NT

Nieuw hoofdstuk in soap Van den Bosch en Hongaarse chauffeurs

rechtszaak

Een al jaren durende rechtszaak tussen transportbedrijf Van den Bosch en enkele van zijn buitenlandse chauffeurs is nog niet voorbij. Vrijdag besloot de Hoge Raad om het conflict door te verwijzen naar het Europees Hof van Justitie. Centraal staat de vraag of de Hongaarse chauffeurs Nederlands loon hadden moeten krijgen.

De zaak tussen de transporteur uit Erp en de buitenlandse personeelsleden loopt al zo’n vier jaar. De chauffeurs zijn in dienst van een Hongaarse zusteronderneming van Van den Bosch en krijgen niet betaald volgens Nederlandse maatstaven, maar volgens die van Hongarije. Ze rijden echter wel ritten die deels in Nederland plaatsvinden.

Vakbond

Volgens vakbond FNV, die de chauffeurs bijstaat in de rechtszaal, hebben de medewerkers recht op Nederlands loon. Het transportbedrijf vindt echter van niet. In een eerste zitting bij de rechtbank kregen de chauffeurs gelijk, in hoger beroep kreeg Van den Bosch gelijk van het Gerechtshof.

Deze laatste uitspraak werd door de Hoge Raad vrijdag vernietigd. Dit betekent echter niet dat de chauffeurs nu definitief onder de Nederlandse cao vallen.

Detacheringsrichtlijn

De Hoge Raad heeft nog geen definitief oordeel gegeven en vraagt nu advies van het Europese Hof van Justitie. Die moet antwoord geven op de vraag of de Detacheringsrichtlijn van toepassing is op een werknemer die als chauffeur werkzaam is in het internationaal wegvervoer.

Ook wil de Hoge Raad weten hoe moet worden bepaald of zo’n chauffeur tijdelijk op het grondgebied van een lidstaat werkt, en wanneer sprake is van een algemeen verbindend verklaarde cao. De zaak is voor verdere behandeling doorverwezen naar de rechtbank Arnhem-Leeuwarden. De onzekerheid voor beide partijen duurt dus voort.