Het Hof heeft zich gebogen over een rechtszaak in Spanje, aangespannen door een transportbedrijf uit Cordoba dat tussen 2004 en 2009 vijf vrachtwagens kocht bij een erkende dealer van Volvo Group in Madrid.

Volvo Trucks is een van de betrokken partijen in het truckkartel. Het bedrijf uit Cordoba heeft de fabrikant daarom voor de rechtbank in Madrid gedaagd om de geleden schade te verhalen.

Bevoegdheid

Volvo Trucks vindt echter dat de Spaanse rechter geen internationale bevoegdheid heeft omdat de ‘plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen’ de plaats is waar de verboden prijsafspraken voor vrachtwagens tot stand zijn gekomen en niet de plaats waar het Spaanse bedrijf zijn trucks heeft gekocht.

Het Hof beslist nu anders. De verboden prijsafspraken tussen vrachtwagenfabrikanten bestreken de hele Europese Economische Ruimte, stelt de Europese rechter. Onder die ruimte vallen alle EU-lidstaten, aangevuld met Liechtenstein, Noorwegen en IJsland.

Eigen land

Daarom kan een benadeelde ook naar de rechtbank in het eigen land stappen. Als de betreffende lidstaat geen speciale rechtbank aanwijst voor schadeclaims tegen het vrachtwagenkartel, is dat de rechter op de plek waar de trucks zijn gekocht of, als dat op meerdere locaties is geweest, de plaats van vestiging van het bedrijf.

Alle grote Europese vrachtwagenbouwers deden mee aan het truckkartel, dat van 1997 tot en met 2011 actief was. Door de illegale prijsafspraken betaalden vervoerders, expediteurs, staatsbedrijven en overheden in Europa jarenlang te veel voor nieuwe vrachtwagens. Ook hun verzekeringen, die veelal gebaseerd zijn op de aanschafprijs, vielen door kartelafspraken te hoog uit.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding