De IRU bracht begin deze maand een flink aantal politici, lobbyisten en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven samen in de statige Solvay-bibliotheek in Brussel. In verschillende samenstellingen debatteerden zij over de transitie naar zero-emissietransport. Lukt het bijvoorbeeld om de infrastructuur voor alternatieve brandstoffen op tijd op orde te brengen? En zit de EU wel op het juiste spoor om zero-emissie te bevorderen ten opzichte van dieseltrucks?

De aftrap voor het congres werd verzorgd door Daniel Mes, die als lid van het kabinet van klimaatcommissaris Frans Timmermans een grote rol speelt bij de Europese Green Deal. ‘We leven in een buitengewone tijd’, zei hij verwijzend naar de oorlog in Oekraïne. ‘Desondanks moeten we versnellen op het gebied van duurzaam transport.’ Daarvoor is het hard nodig dat er meer betaalbare zero-emissievoertuigen de weg op kunnen. Volgens Mes zullen de komende nieuwe uitstootnormen een grote rol gaan spelen bij het verlagen van de prijs voor duurzame trucks.

Asymmetrische uitrol

Centraal thema was de infrastructuur voor alternatieve brandstoffen. ‘Dat is de alfa en de omega van de verduurzaming’, stelde Mes. Een uniforme Europese aanpak is er echter nog niet, zo waarschuwde de Litouwse onderminister voor transport Agnė Vaiciukevičiūtė. Volgens de Litouwse bewindsvrouw is er sprake van een ‘asymmetrische uitrol’ van de laadinfra in Europa. ‘Ik zie dat er in bijvoorbeeld Nederland ambitieuze doelen zijn, maar de Polen gaan veel minder snel. Voor ons land is dat niet goed.’

Kan de private sector dan het voortouw nemen in landen waar de infra achterblijft? Volgens Thomas de Boer, bij Shell verantwoordelijk voor wegtransport en CO2-reductie, doet zijn bedrijf al veel om de productie van alternatieve brandstoffen op te voeren. ‘Maar het is niet voldoende’, zei De Boer niettemin. ‘Er zijn incentives nodig in de hele keten, want anders komen partijen niet in beweging.’

EU-parlementariër Ismail Ertug van de sociaaldemocratische fractie pleitte voor een meer pragmatische aanpak. Zo kan de adoptie van waterstof volgens hem versneld worden als de beschikbaarheid van duurzame elektriciteit achterblijft. ‘Niet alles draait om efficiëntie’, zei hij. ‘Het gaat ook om beschikbaarheid.’ Europa moet daarvoor ook buiten het eigen grondgebied kijken, aldus Ertug. ‘We kunnen het niet alleen en zullen ook energie moeten importeren uit bijvoorbeeld Noord-Afrika.’

Iveco-ceo Gerrit Marx wees op het belang van biobrandstoffen. ‘Daar moeten we op dit moment veel meer op inzetten, want met alleen elektrisch vervoer gaan we het niet redden. De beschikbaarheid is er eenvoudigweg niet.’

Heel duur

Marx, die voorafgaand aan het debat buiten het gebouw trots de elektrische vrachtwagens van zijn bedrijf liet zien, toonde zich later kritisch over de wijze waarop Brussel de verduurzaming probeert af te dwingen. ‘Wij tasten in het duister over wat we kunnen verwachten vanuit de politiek. Voor fabrikanten gelden stevige CO2-reductiedoelen. Tegelijkertijd zijn die er niet voor de partijen die de laadinfrastructuur in orde moeten maken. Daardoor zijn wij het slachtoffer als de transitie niet van de grond komt.’

Sjel Wijngaards, directeur bij Jan de Rijk Logistics, schetste in Brussel de hoofdbrekens waar de Nederlandse logistieke dienstverlener mee te maken heeft. ‘Zero-emissie is elke week onderwerp van gesprek in de bestuurskamer van Jan de Rijk’, zei hij. ‘Een e-truck is heel duur. Tegelijkertijd zijn er grote vraagtekens over de betrouwbaarheid, de business case, het onderhoud en de laadinfrastructuur. Bovendien moet ook de klant mee willen doen. Wij bieden al een tijd vervoer op de duurzame brandstof HVO aan, maar de meeste van onze klanten lopen er niet warm voor omdat het duurder is.’

Het is in de eerste plaats de overheid die nu verduurzaming moet aanjagen, vindt ook Julia Poliscanova van milieuorganisatie Transport & Environment (T&E). ‘Innovatie komt niet uit de markt zelf’, stelde ze. Poliscanova verdedigde tijdens de bijeenkomst ook de CO2-taks, die recent in Brussel werd aangenomen. Dat de politiek is uitgekomen is op een compromis waarbij personenauto’s zijn uitgezonderd, is volgens T&E geen belemmering. ‘Transportbedrijven betalen al geen btw over hun brandstoffen, dus een heffing is zinvol.’ Wel zou een groot deel van de extra kosten bij de oliebedrijven terecht moeten komen, meent Poliscanova.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement