Vijftien jaar later werken we met de slimme tachograaf en dient in 2023 alweer een nieuwe generatie zich aan. Het doel van de tachograaf is altijd om een zo volledig en betrouwbaar mogelijk beeld van de rij- en rusttijden te geven. Zonder een deugdelijke registratie is toezicht tenslotte niet mogelijk. Het is dan ook niet voor niets, dat bij het ontbreken van tacho-registratie de boetes torenhoog zijn. Een slordige 4.400 euro per dag waarvoor data van het voertuig of de bestuurderskaart ontbreekt. En aangezien er op een enkel bestand van een voertuig- of bestuurderskaart meerdere dagen staan, kon een boete over een controleperiode van 28 dagen steeds al snel de grens van een ton passeren.

Opvallend genoeg maakte de ILT daarbij nooit een onderscheid tussen gegevens die er vanwege een foutje niet waren en gegevens waarvan, laten we zeggen, het nog best goed uit kwam dat die tijdens een controle niet konden worden getoond. In beide gevallen werd er per ontbrekende dag een boete opgelegd. In de zaken die ik sinds 2006 tegen het opleggen van dit soort boetes heb gevoerd, stond in mijn verweer daarom regelmatig centraal, dat het niet opportuun was om voor het ontbreken van één enkel bestand per dag een boete op te leggen. Zeker als er geen sprake was van opzet en de rij- en rusttijden ook op andere manieren konden worden vastgesteld.

Helaas hielden ILT en de Raad van State vast aan beboeting per dag. Tachograaf- en bestuurderskaartdata waren nu eenmaal onontbeerlijk voor een gedegen toezicht. Met een recente uitspraak van het Hof van Justitie van de EU over een Italiaanse inspectiezaak uit 2013 lijkt aan dit uitgangspunt mogelijk een einde te zijn gekomen. Destijds bleken twee Italiaanse chauffeurs tijdens een controle niet in staat de registratiebladen van de voorafgaande 28 dagen te overleggen en kregen ze voor elke ontbrekende dag een sanctie opgelegd. De chauffeurs waren het daar niet mee eens en stapten naar het Hof. Ze stelden dat ze slechts één enkele overtreding hadden begaan omdat de betreffende bepaling hen slechts de verplichting oplegt om in geval van controle de registratiebladen van de voorafgaande 28 dagen over te leggen. Het Hof ging mee in hun verweer en stelt dat uit de toenmalige Verordening 3821/85 enkel de verplichting volgt om rij- en rusttijdgegevens te tonen over een periode van 28 dagen. Het niet kunnen tonen daarvan levert slechts één overtreding op en dus niet 28.

Deze uitspraak kan grote gevolgen hebben voor zaken waarbij een wegvervoerder wordt verweten over meerdere dagen geen data te kunnen overleggen. Al jaren schuift ILT deze overtredingen weg onder artikel 4:3 lid 1 Arbeidstijdenwet, waarin een werkgever verplicht wordt een deugdelijke registratie te voeren. Ik zie hierin een parallel met de uitspraak van het Hof. Net zoals de verplichting om in het geval van een controle registratiebladen te overleggen maar één overtreding oplevert, is het voeren van een deugdelijke administratie óók aan te merken als een enkele overtreding. Het zou een doorbreking van de huidige rechtspraak en een totaal andere benadering van bedrijfscontroles betekenen. De vraag is nu of de in het verleden afgedane zaken heropend kunnen worden. De boetes kunnen namelijk wel eens ten onrechte zijn opgelegd. Hoewel heropening oude zaken in ons land lastig is, is het niet onmogelijk.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding