Aan de controle op de naleving van deze ‘Mindestlohngesetz’ zitten veel administratieve toeters en bellen vast, niet alleen voor Duitse werkgevers, maar ook voor bijvoorbeeld een wegvervoerondernemer uit de Benelux die met enige regelmaat chauffeurs uit Nederland en België in Duitsland laat rijden.

Er moeten schoenendozen vol grote registratieformulieren worden ingevuld met nauwkeurige vermelding van de werktijden van elke chauffeur. Die documentatie moet in Duitsland worden meegevoerd ten bewijze dat de chauffeur een minimumuurloon verdient. En al die papieren moeten ook nog eens twee jaar worden bewaard. Het formulier waarop de registratie moet plaatsvinden, kwam overigens pas op 19 december vorig jaar beschikbaar. Vrij laat voor een ondernemer die zich op de invoering van het minimumloon, per 1 januari 2015, wil voorbereiden.

Buitenlandse wegvervoerders zien vooral ook op tegen de controles zelf, die waarschijnlijk behoorlijk tijdrovend zullen zijn. Tegen het Duitse minimumloon van 8,50 euro per uur hebben de organisaties uit het wegvervoer in Nederland en België overigens niets. In België bedraagt dat wettelijk minimum 9,10 euro en in Nederland is het zelfs nog een cent hoger. Daarom heeft Transport en Logistiek Nederland (TLN) om vrijstelling gevraagd. Of de betrokken chauffeur het Nederlandse minimumloon ontvangt, zal immers in Nederland ook al worden nagetrokken, dat hoeft in Duitsland niet ook nog eens, is de redenering.

De Duitse wetgever kwam tegen het einde van het jaar met een plotselinge wijziging die veel ondernemers op het verkeerde been zal hebben gezet. Voor de verplichte registratie zou aanvankelijk een bovengrens worden gehanteerd: voor werknemers die maandelijks 4500 euro of meer verdienen, kon de registratie achterwege blijven. Veel Duitse werkgeversorganisaties vonden die grens absurd hoog. De bouwnijverheid bijvoorbeeld rekende voor dat een werknemer die een uurloon van niet meer dan 8,50 euro verdient al zestig uur per week zou moeten werken om aan precies de helft van die 4.500 euro te komen.

Op de valreep vaardigde de wetgever daarom een verordening uit die het maximum op 2958 euro per maand legt. Wie minder verdient moet dus voortaan uitvoerige documentatie over werktijden kunnen voorleggen. Dat komt een beetje tegemoet aan de bezwaren van het bedrijfsleven, maar verhindert niet dat nog steeds voor zeer veel personeel een uitvoerige boekhouding moet worden bijgehouden om te kunnen aantonen dat inderdaad het minimumuurloon wordt uitbetaald.

Dan is er nog de problematiek van de controle zelf. Duitsland zal een blik ambtenaren, bij de douane en bij andere controlediensten, moeten opentrekken om ervoor te zorgen dat er voldoende controles kunnen plaatsvinden. Anders dreigt het gevaar van oneerlijkheid. Al veel te vaak is in Europa gebleken dat het toezicht op de naleving van regels in het wegvervoer ondeugdelijk is geregeld. Dat ook Duitsland, als één der laatste landen in Europa, nu een minimumloon heeft ingevoerd – daartegen kan men moeilijk bezwaar maken. Des te meer tegen het feit dat Duitsland het internationale wegvervoer opzadelt met weer nieuwe administratieve plichtplegingen. Wij buurlanden hebben alleen maar last van dat Duitse minimumloon.