Virus geknakt in China, maar ook het verladersvertrouwen

chinees handelsbeleid

De ‘Witte Lijst’ van fabrikanten die in Shanghai omkleed met minutieuze voorzorgsmaatregelen weer aan het werk mogen na de strenge coronalockdowns in de stad, werd afgelopen weekend flink uitgebreid. Als het coronavirus zich verder gedeisd houdt, moet de bedrijvigheid in de Chinese miljoenenstad daarmee weldra weer op niveau kunnen komen. Toch zijn er twijfels of de handel tussen China en het westen weer net zo als een tierelier gaat draaien als voorheen. Grote internationale productiebedrijven zouden door de Chinese lockdowns ervan overtuigd zijn geraakt dat ze voortaan niet meer al hun kaarten op China moeten zetten, terwijl het land zelf bovendien met nieuwe handels­restricties komt.

Zijn wereldwijd berucht geworden besmettelijkheid ten spijt, ook de Omikronvariant van het coronavirus lijkt het hazenpad te moeten kiezen in door strenge lockdowns afgegrendelde Chinese miljoenensteden. Noteerde Shanghai medio april nog grofweg drieduizend nieuwe coronabesmettingen per dag, afgelopen weekend was dat aantal inmiddels gehalveerd. In combinatie met het toenemende gemor onder de bevolking gaven de statistieken de overheid voldoende vertrouwen om een fors uitgebreide ‘Witte Lijst’ te publiceren van bedrijven die hun fabrieken onder strenge voorwaarden weer mogen heropenen. Tweeënhalve week geleden was al een lijst opgesteld van 666 bedrijven die met voorrang weer aan de slag mochten, met daarop producenten van belangrijk geachte items als computerchips, auto’s en medicijnen, afgelopen weekend werd die lijst uitgebreid met 1188 bedrijfsnamen.

Apple in Sriperumbudur

Werknemers van de geselecteerde bedrijven moeten onomstotelijk onbesmet zijn en mogen bij het reizen naar hun werk beslist niet in contact komen met andere stadgenoten, een voorwaarde die wordt afgedwongen door ofwel het gebruik van bedrijfsvervoermiddelen ofwel door hen op het werk te laten overnachten.

Op de eerste lijst van 666 beste-paarden-van-stal stonden 247 bedrijven met buitenlandse connecties, zoals Tesla en toeleveranciers van Apple. Daar blijkt wel uit dat China dergelijke grote investeerders aan zich wil blijven binden, maar de lockdowns hebben bij buitenlandse bedrijven niettemin zaadjes van twijfel geplant.

Apple-ceo Tim Cook zei afgelopen week dat de logistieke problemen als gevolg van de coronamaatregelen in het derde kwartaal zijn bedrijf waarschijnlijk tussen de 4 en 8 miljard dollar gaan kosten, een ontboezeming die meteen voor beroering zorgde op de aandelenmarkt, al is er met bijna 100 miljard Apple-inkomsten in het tweede kwartaal nog niet echt reden tot paniek.

Cook beloofde evenwel dat hij ernaar streeft om de bevoorradingsketen, die volgens hem al wel degelijk ‘echt wereldomvattend’ is, ‘verder te optimaliseren’. Dat duidt volgens goede verstaanders op nieuwe inspanningen om productiemogelijkheden buiten China te zoeken. ­Apple besloot eerder tijdens de coronacrisis al dat het minder afhankelijk moest worden van China en ook naar landen als India, Vietnam en Mexico moest gaan kijken, wat afgelopen maand bijvoorbeeld tot gevolg had dat de productie van de iPhone 13 begon in Sriperumbudur, nabij de havenstad Chennai, alias Madras, in het zuiden van India. Maar het overgrote deel van het assemblagewerk voor Apple-producten vindt toch nog altijd plaats in China.

Terwijl onverbiddelijke coronalockdowns het bedrijfsleven voor onmiddellijke bevoorradingsproblemen hebben gesteld, zijn er ook zorgen over Chinese maatregelen die langduriger tot handelsobstakels zouden kunnen leiden. Zo schreef de Japanse nieuwsleverancier Nikkei Asia dit weekend dat de Chinese overheid van plan is om de exportcontrolewet, een wet die anderhalf jaar geleden in werking trad, aan te scherpen. Beijing wil volgens het nieuwsverhaal strenger gaan toezien op de uitvoer van ‘dual use’-producten die behalve voor civiele doeleinden ook gebruikt zouden kunnen worden voor militaire toepassingen. Nikkei stelt dat er in het buitenland al zorgen zijn dat China de strengere controles ‘arbitrair’ gaat gebruiken om een stokje te steken voor reguliere export naar landen waarmee het een slechte relatie heeft. Het nieuws­medium noemt als voorbeeld dat China zou kunnen verhinderen dat zeldzame metalen die belangrijk zijn voor de productie van magneten het land verlaten.

Handelsoorlog

China’s grootste tegenspeler, de Verenigde Staten, spreekt ondertussen juist over het begraven van de strijdbijl in de onderlinge handelsoorlog. De regering van president Joe Biden overweegt om importtarieven op Chinese goederen die werden ingevoerd onder Donald Trump fors te verlagen, overigens met als belangrijkste argument dat die importtarieven een belangrijke oorzaak zouden zijn van de hoge inflatie.

Robert Lighthizer, een Amerikaanse handelsvertegenwoordiger die diende onder Trump, schreef als reactie op de Biden-plannen in een opinieartikel in de Wall Street Journal dat de importtarieven juist een uiterst belangrijk verdedigingsmiddel zijn tegen ‘oneerlijke en roofzuchtige’ handelspraktijken van China. Druk blijven uitoefenen op China is volgens hem op de lange termijn belangrijker voor de wereld dan op korte termijn iets aan de inflatie doen.

De in Washington D.C. gevestigde denktank Peterson Institute for International Economics (PIIE) schreef vorige week een lange analyse waarin het instituut opmerkt dat China ten faveure van de eigen economie inderdaad handelsbarrières opwerpt op een schaal die ongeëvenaard is. PIIE noemt als voorbeeld dat China afgelopen zomer is begonnen om de export van kunstmest aan banden te leggen, een ontwikkeling die volgens de denktank een wereldwijde voedselcrisis dreigt te creëren nu Rusland hetzelfde heeft gedaan en door de Russische inval in Oekraïne ook nog eens ‘Oekraïne’s rol als broodmand voor Afrika en het Midden-Oosten is verwoest’. De Chinese exportrestricties voor kunstmest ‘hadden niet op een slechter moment kunnen komen’, aldus het Amerikaanse instituut.

Ook met producten als staal en varkensvlees wierp China volgens de denktank handelsbarrières op puur om binnenlandse problemen op te lossen. Door problemen op die manier over de schutting te werpen, gedraagt de Aziatische grootmacht zich volgens PIIE eigenlijk nog steeds ‘als een klein land’. De denktank deelt een sneer uit aan de Wereldhandelsorganisatie WTO die ‘als ze maar goed gefunctioneerd had’ er nog voor had kunnen zorgden dat China bepaalde internationale afspraken blijft eerbiedigen.

De denktank geeft tenslotte het advies dat het, ‘ondanks almaar krimpende politieke wil’, belangrijk is om met China in gesprek te blijven over de handelsvoorwaarden. China in een hoek drijven heeft geen zin, aldus PIEE, het is volgens het instituut zaak om de gevolgen van de Chinese politiek voor de rest van de wereld zo slim mogelijk te managen en in de hand te houden.

Solide marktfundamenten

Ceo Patrik Berglund van dataplatform Xeneta heeft in een nieuwe ‘Container rates alert’ de verstoring van supply chains door de Chinese coronapolitiek omschreven als ‘een zeldzame scheur in verder solide marktfundamenten’, bekeken vanuit het oogpunt van de containercarriers. Het vrachtaanbod mag de laatste tijd dan geslonken zijn, met dalende spottarieven in de containerlijnvaart tot gevolg, maar de contracttarieven die de containerrederijen kunnen vragen, zijn volgens het platform in april alleen maar weer gestegen. Op maandbasis ging het voor Europese import in april om een toename van 16,8%, resulterend in 107% hogere contracttarieven in vergelijking met een jaar geleden. De macht die de rederijen nog steeds hebben om dure contracten af te kunnen dwingen, leidt er volgens Xeneta samen met de afnemende handel en de verstoringen in Chinese havensteden toe, dat voor verladers ‘de ene pijn op de andere wordt gestapeld’.

Collega-analist Peter Sand van Xeneta stelde op zijn beurt tegenover scheepvaartmedium ShippingWatch dat de logistieke problemen door de Chinese lockdowns tot nu toe vooral markten in Azië zelf lijken te treffen, al ziet hij ook wel dat die problemen nog verder door kunnen gaan sijpelen naar de rest van de wereld. Voor zichzelf hebben containerrederijen de pijn van de congestie in met name Shanghai en Ningbo in elk geval weten te verzachten door alternatieve havens aan te lopen en door via ‘blank sailings’ afvaarten te schrappen.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement

Virus geknakt in China, maar ook het verladersvertrouwen | NT

Virus geknakt in China, maar ook het verladersvertrouwen

chinees handelsbeleid

De ‘Witte Lijst’ van fabrikanten die in Shanghai omkleed met minutieuze voorzorgsmaatregelen weer aan het werk mogen na de strenge coronalockdowns in de stad, werd afgelopen weekend flink uitgebreid. Als het coronavirus zich verder gedeisd houdt, moet de bedrijvigheid in de Chinese miljoenenstad daarmee weldra weer op niveau kunnen komen. Toch zijn er twijfels of de handel tussen China en het westen weer net zo als een tierelier gaat draaien als voorheen. Grote internationale productiebedrijven zouden door de Chinese lockdowns ervan overtuigd zijn geraakt dat ze voortaan niet meer al hun kaarten op China moeten zetten, terwijl het land zelf bovendien met nieuwe handels­restricties komt.

Zijn wereldwijd berucht geworden besmettelijkheid ten spijt, ook de Omikronvariant van het coronavirus lijkt het hazenpad te moeten kiezen in door strenge lockdowns afgegrendelde Chinese miljoenensteden. Noteerde Shanghai medio april nog grofweg drieduizend nieuwe coronabesmettingen per dag, afgelopen weekend was dat aantal inmiddels gehalveerd. In combinatie met het toenemende gemor onder de bevolking gaven de statistieken de overheid voldoende vertrouwen om een fors uitgebreide ‘Witte Lijst’ te publiceren van bedrijven die hun fabrieken onder strenge voorwaarden weer mogen heropenen. Tweeënhalve week geleden was al een lijst opgesteld van 666 bedrijven die met voorrang weer aan de slag mochten, met daarop producenten van belangrijk geachte items als computerchips, auto’s en medicijnen, afgelopen weekend werd die lijst uitgebreid met 1188 bedrijfsnamen.

Apple in Sriperumbudur

Werknemers van de geselecteerde bedrijven moeten onomstotelijk onbesmet zijn en mogen bij het reizen naar hun werk beslist niet in contact komen met andere stadgenoten, een voorwaarde die wordt afgedwongen door ofwel het gebruik van bedrijfsvervoermiddelen ofwel door hen op het werk te laten overnachten.

Op de eerste lijst van 666 beste-paarden-van-stal stonden 247 bedrijven met buitenlandse connecties, zoals Tesla en toeleveranciers van Apple. Daar blijkt wel uit dat China dergelijke grote investeerders aan zich wil blijven binden, maar de lockdowns hebben bij buitenlandse bedrijven niettemin zaadjes van twijfel geplant.

Apple-ceo Tim Cook zei afgelopen week dat de logistieke problemen als gevolg van de coronamaatregelen in het derde kwartaal zijn bedrijf waarschijnlijk tussen de 4 en 8 miljard dollar gaan kosten, een ontboezeming die meteen voor beroering zorgde op de aandelenmarkt, al is er met bijna 100 miljard Apple-inkomsten in het tweede kwartaal nog niet echt reden tot paniek.

Cook beloofde evenwel dat hij ernaar streeft om de bevoorradingsketen, die volgens hem al wel degelijk ‘echt wereldomvattend’ is, ‘verder te optimaliseren’. Dat duidt volgens goede verstaanders op nieuwe inspanningen om productiemogelijkheden buiten China te zoeken. ­Apple besloot eerder tijdens de coronacrisis al dat het minder afhankelijk moest worden van China en ook naar landen als India, Vietnam en Mexico moest gaan kijken, wat afgelopen maand bijvoorbeeld tot gevolg had dat de productie van de iPhone 13 begon in Sriperumbudur, nabij de havenstad Chennai, alias Madras, in het zuiden van India. Maar het overgrote deel van het assemblagewerk voor Apple-producten vindt toch nog altijd plaats in China.

Terwijl onverbiddelijke coronalockdowns het bedrijfsleven voor onmiddellijke bevoorradingsproblemen hebben gesteld, zijn er ook zorgen over Chinese maatregelen die langduriger tot handelsobstakels zouden kunnen leiden. Zo schreef de Japanse nieuwsleverancier Nikkei Asia dit weekend dat de Chinese overheid van plan is om de exportcontrolewet, een wet die anderhalf jaar geleden in werking trad, aan te scherpen. Beijing wil volgens het nieuwsverhaal strenger gaan toezien op de uitvoer van ‘dual use’-producten die behalve voor civiele doeleinden ook gebruikt zouden kunnen worden voor militaire toepassingen. Nikkei stelt dat er in het buitenland al zorgen zijn dat China de strengere controles ‘arbitrair’ gaat gebruiken om een stokje te steken voor reguliere export naar landen waarmee het een slechte relatie heeft. Het nieuws­medium noemt als voorbeeld dat China zou kunnen verhinderen dat zeldzame metalen die belangrijk zijn voor de productie van magneten het land verlaten.

Handelsoorlog

China’s grootste tegenspeler, de Verenigde Staten, spreekt ondertussen juist over het begraven van de strijdbijl in de onderlinge handelsoorlog. De regering van president Joe Biden overweegt om importtarieven op Chinese goederen die werden ingevoerd onder Donald Trump fors te verlagen, overigens met als belangrijkste argument dat die importtarieven een belangrijke oorzaak zouden zijn van de hoge inflatie.

Robert Lighthizer, een Amerikaanse handelsvertegenwoordiger die diende onder Trump, schreef als reactie op de Biden-plannen in een opinieartikel in de Wall Street Journal dat de importtarieven juist een uiterst belangrijk verdedigingsmiddel zijn tegen ‘oneerlijke en roofzuchtige’ handelspraktijken van China. Druk blijven uitoefenen op China is volgens hem op de lange termijn belangrijker voor de wereld dan op korte termijn iets aan de inflatie doen.

De in Washington D.C. gevestigde denktank Peterson Institute for International Economics (PIIE) schreef vorige week een lange analyse waarin het instituut opmerkt dat China ten faveure van de eigen economie inderdaad handelsbarrières opwerpt op een schaal die ongeëvenaard is. PIIE noemt als voorbeeld dat China afgelopen zomer is begonnen om de export van kunstmest aan banden te leggen, een ontwikkeling die volgens de denktank een wereldwijde voedselcrisis dreigt te creëren nu Rusland hetzelfde heeft gedaan en door de Russische inval in Oekraïne ook nog eens ‘Oekraïne’s rol als broodmand voor Afrika en het Midden-Oosten is verwoest’. De Chinese exportrestricties voor kunstmest ‘hadden niet op een slechter moment kunnen komen’, aldus het Amerikaanse instituut.

Ook met producten als staal en varkensvlees wierp China volgens de denktank handelsbarrières op puur om binnenlandse problemen op te lossen. Door problemen op die manier over de schutting te werpen, gedraagt de Aziatische grootmacht zich volgens PIIE eigenlijk nog steeds ‘als een klein land’. De denktank deelt een sneer uit aan de Wereldhandelsorganisatie WTO die ‘als ze maar goed gefunctioneerd had’ er nog voor had kunnen zorgden dat China bepaalde internationale afspraken blijft eerbiedigen.

De denktank geeft tenslotte het advies dat het, ‘ondanks almaar krimpende politieke wil’, belangrijk is om met China in gesprek te blijven over de handelsvoorwaarden. China in een hoek drijven heeft geen zin, aldus PIEE, het is volgens het instituut zaak om de gevolgen van de Chinese politiek voor de rest van de wereld zo slim mogelijk te managen en in de hand te houden.

Solide marktfundamenten

Ceo Patrik Berglund van dataplatform Xeneta heeft in een nieuwe ‘Container rates alert’ de verstoring van supply chains door de Chinese coronapolitiek omschreven als ‘een zeldzame scheur in verder solide marktfundamenten’, bekeken vanuit het oogpunt van de containercarriers. Het vrachtaanbod mag de laatste tijd dan geslonken zijn, met dalende spottarieven in de containerlijnvaart tot gevolg, maar de contracttarieven die de containerrederijen kunnen vragen, zijn volgens het platform in april alleen maar weer gestegen. Op maandbasis ging het voor Europese import in april om een toename van 16,8%, resulterend in 107% hogere contracttarieven in vergelijking met een jaar geleden. De macht die de rederijen nog steeds hebben om dure contracten af te kunnen dwingen, leidt er volgens Xeneta samen met de afnemende handel en de verstoringen in Chinese havensteden toe, dat voor verladers ‘de ene pijn op de andere wordt gestapeld’.

Collega-analist Peter Sand van Xeneta stelde op zijn beurt tegenover scheepvaartmedium ShippingWatch dat de logistieke problemen door de Chinese lockdowns tot nu toe vooral markten in Azië zelf lijken te treffen, al ziet hij ook wel dat die problemen nog verder door kunnen gaan sijpelen naar de rest van de wereld. Voor zichzelf hebben containerrederijen de pijn van de congestie in met name Shanghai en Ningbo in elk geval weten te verzachten door alternatieve havens aan te lopen en door via ‘blank sailings’ afvaarten te schrappen.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement