In nieuwe gesprekken met Duitsland en Denemarken is volgens Van Nieuwenhuizen opnieuw gebleken dat er internationaal echt niemand voor te porren is om de zuidelijke, dichtst bij de Waddeneilanden gelegen vaarroute bij gevaarlijke weersomstandigheden af te sluiten. De minister had dat al eerder aan de Tweede Kamer laten weten, maar had beloofd om bij de buurlanden toch nog eens een balletje op te gooien. Maar voor geen enkele verplichte sluiting of beperking in geval van zwaar weer heeft ze de handen op elkaar kunnen krijgen.

Nederland heeft samen met de twee buurlanden wel een ‘gezamenlijke weg voorwaarts’ afgesproken die er onder meer toe moet leiden dat kapiteins die langs de Waddeneilanden komen extra attent worden gemaakt op de risico’s van containerverlies. Nederland probeert aanpassingen op dat gebied te laten opnemen in de IMO’s Ships’ Routeing Guide, een internationale nautische publicatie die door bemanningen gebruikt wordt bij de reisvoorbereiding. ‘De ervaring leert dat dergelijke IMO-aanbevelingen goed worden opgevolgd’, aldus de minister.

De aanpassingen van het routeboek zullen nog wel even op zich laten wachten: volgens de minister kan dit voorstel op zijn vroegst in voorjaar 2022 door de IMO worden behandeld. Begin 2023 kunnen de aanpassingen dan gedaan zijn. Van Nieuwenhuizen wijst er wel op dat de waarschuwingen die in het ‘Routeing Guide’ komen, in lijn zijn met de waarschuwingen en adviezen die de Kustwacht en de Duitse autoriteiten nu ook al aan de scheepvaart verstrekken. Naar aanleiding van het grote containerverlies van de ‘MSC Zoe’ bij de Waddeneilanden begin 2019 en adviezen van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid adviseert de Nederlandse Kustwacht bij bepaalde golfhoogtes de kapiteins van grote containerschepen al om veiligheidshalve maar de noordelijke route langs de Waddeneilanden te nemen in plaats van de zuidelijke.

Tijdens een IMO-vergadering eerder deze maand is verder al een voorstel van Van Nieuwenhuizen goedgekeurd om maatregelen te ontwikkelen voor de detectie en rapportage van overboord geslagen containers.

Ook heeft de Europese Commissie volgens de minister ‘informeel aangekondigd’ dat Brussel samen met Nederland en andere geïnteresseerde lidstaten wil onderzoeken of de invoering van een keurmerk voor twistlocks en sjorstangen kunnen zorgen voor een ‘verbeterslag’ als het gaat om het vastzetten van containers aan boord.

Het Wageningse onderzoeksinstituut Marin komt volgens Van Nieuwenhuizen dit najaar met de definitieve resultaten van een onderzoek naar de risico’s die kleinere containerschepen lopen bij zwaar weer boven de Waddeneilanden. Maar een geheim zijn die resultaten al niet meer: Marin liet in december al weten dat ook kleinere containerschepen inderdaad risico lopen. Dat is belangrijk om te weten, omdat de Kustwacht in dat geval meer capaciteit nodig heeft om kapiteins te waarschuwen. De minister schrijft in haar Kamerbrief: ‘Het aantal grote containerschepen is relatief klein, en de golfhoogte waarboven gewaarschuwd wordt (nu 4,5 meter) komt relatief weinig voor. Het aantal feeders is echter relatief groot, en de golfhoogte waarboven gewaarschuwd wordt (3,3 meter) komt veel vaker voor’.

Toch wil Van Nieuwenhuizen eerst nog het eindrapport van Marin afwachten voordat ze vaststelt hoeveel capaciteit de Kustwacht nodig heeft om ook het feederverkeer genoeg ‘gerichte adviezen’ te kunnen geven.