Het Texaanse bedrijf Royal White Cement (RWC), naar eigen zeggen ‘wereldleider in bouwoplossingen’, en Foreign Tire Sales (FTS), een bandenimporteur uit New Jersey, zijn de twee Amerikaanse bedrijven die via de maritieme waakhond FMC containerrederijen op het matje willen roepen. In het geval van het cementbedrijf wordt de Franse rederij CMA CGM ter verantwoording geroepen, terwijl de bandenspecialist juridisch de degens wil kruisen met de Taiwanese rederij Evergreen.

En dat terwijl het cementbedrijf juist helemaal door de knieën was gegaan voor de voordelen die zeecontainers te bieden hebben. Voor RWC-president Marcel Fadi geen break bulk meer, zo schrijft zijn advocaat William H. Seele in de aanklacht: ‘Ervaring heeft RWC geleerd dat het verschepen van cement vanuit Egypte het best gedaan kan worden door het verpakt in jumbozakken te laden in containers’.

De containertransporten door CMA CGM tussen Egypte en de Amerikaanse westkust liepen eerst ook prima, maar dat veranderde volgens de aanklager met een nieuw servicecontract waarover de twee partijen medio mei vorig jaar overeenstemming bereikten. Dat contract loopt nog door tot 30 april aanstaande, maar de ontevredenheid bij Royal White Cement heeft al zo’n kookpunt bereikt, dat het bedrijf niet tot het einde heeft gewacht om de genoten service te analyseren.

Tarief per container

In het contract was afgesproken dat RWC minimaal tweeduizend containers tegen een bepaald tarief zou mogen verschepen naar de VS vanuit de havens van Port Said en Damietta: respectievelijk 2175 dollar en 2373 dollar per container. Die tweeduizend containers moesten ‘makkelijk haalbaar’ zijn, aldus advocaat Seele, want in het oude contract dat in 2021 afliep, was een minimum aantal van 1500 vermeld en waren het er in de praktijk zowat twee keer zoveel geworden, 2843 stuks. De cementhandelaar was, wilde de advocaat er maar mee zeggen, een betrouwbare klant die beslist voor voldoende ladingaanbod zorgde.

In de praktijk ging het volgens Seele echter al snel na het afsluiten van het contract mis. ‘Nadat er tien containers waren getransporteerd, weigerde CMA om verder nog boekingen aan te nemen.’ De reden van de weigering was volgens de advocaat, dat de spottarieven in de containerlijnvaart inmiddels ‘aanzienlijk’ boven de afgesproken contracttarieven waren uitgestegen. ‘Hoewel RWC herhaaldelijk probeerde containers te boeken, werden zulke aanvragen afgewezen.’

Juridische boobytrap

Op 28 september benaderde Royal White Cement de Franse containerrederij met het verzoek om één container vanuit Damietta naar Los Angeles te varen en ging het cementbedrijf vervolgens akkoord met de 6750 dollar die CMA CGM voor dat klusje vroeg. In de praktijk viel er uiteindelijk een rekening van 6814 dollar op de deurmat, een slordige 4500 dollar duurder dan waar het cementbedrijf contractueel eigenlijk recht op had gehad. Een flink winstbedrag voor CMA CGM, maar tegelijkertijd een juridische boobytrap, want het Amerikaanse cementbedrijf en zijn jurist denken met de eenmalige verscheping het bewijs in handen te hebben dat de rederij de boel aan het bedotten is. ‘Dit bewijst voor RWC dat het weigeren van boekingen onder contractuele voorwaarden niet gebeurde omdat er onvoldoende containers beschikbaar waren, maar om CMA in staat te stellen om containers tegen hogere marktprijzen te vervoeren’.

Als het cementbedrijf álle tweeduizend afgesproken containers door CMA CGM zou hebben laten vervoeren tegen het veel hogere tarief, zou dat de kas van de Franse rederij hebben gespekt met ruim 9 miljoen dollar extra, maar om de rederij zodanig te belonen voor de contractschending, daar had de onderneming uit Houston geen trek in. RWC wist voor zijn cementtransporten alternatieven te vinden, al schoot het bedrijf daar in financieel opzicht niets mee op. Ook voor die alternatieven moesten hoge marktprijzen worden betaald, waardoor de extra rekening alsnog opliep tot boven die 9 miljoen.

Door er via de FMC een zaak van de maken, hoopt Royal White Cement die schade nu vergoed te krijgen. Advocaat Seele wil bewerkstelligen dat CMA CGM komt opdagen voor een hoorzitting bij de maritieme waakhond en dan voor straf wordt onderworpen aan ‘action and sanction’.

Artikel gaat verder onder de foto.

Shipping Act

Het gedrag van de containerrederij is volgens de advocaat in strijd met de in 1984 door de toenmalig president Ronald Reagan ondertekende Shipping Act. De aanklacht van het cementbedrijf sluit ook aan op het beleid van de huidige president Joe Biden, die de FMC al eerder aanspoorde om actie te ondernemen tegen containerrederijen die weigeren om vracht van Amerikaanse bedrijven tegen schappelijke tarieven te vervoeren.

Bij die pogingen van de Amerikaanse overheid om meer greep te krijgen op het containerverkeer, is meer nog dan de import de export een belangrijk aandachtspunt. In dat kader kondigde de FMC vorige week een nieuw ‘Audit Program’ aan waarbij de toezichthouder elf reders gaat uitnodigen voor een onderhoud waarin hen zal worden gevraagd om toe te lichten hoe hun dienstverlening aan de Amerikaanse exporteurs eruit ziet. Doel daarbij is, zo maakt de aankondiging van het project duidelijk, om rotte appels in het rederijwereldje te identificeren. Het programma zal, aldus de FMC, ‘beter zicht bieden op welke diepzeerederijen goed samenwerken met Amerikaanse exporteurs en belangrijker: welke diepzeerederijen meer kunnen én moeten doen om exporteurs te ondersteunen’.

Maritieme waakhond

De maritieme waakhond wil van de containerrederijen onder meer statistieken zien van het aantal beladen en het aantal lege containers dan sinds juni 2021 vanuit de VS naar Azië is verscheept. Sinds die tijd hebben Amerikaanse exporteurs erover geklaagd dat het erg moeilijk is om containerruimte te vinden en spraken ze het vermoeden uit dat de rederijen de containers snel leeg terugvaren naar Azië omdat ze daar voor beladen containers veel hogere tarieven kunnen vragen dan voor vervoer vanuit de VS.

Foreign Tire Sales, het tweede Amerikaanse bedrijf dat afgelopen week een aanklacht indiende tegen een containerrederij, kan over dat hoge tarievenniveau vanuit Azië meepraten. FTS importeert banden (voor auto’s, trucks, bussen, landbouwvoertuigen, etc) uit met name China en Thailand en is volgens advocaat Lawrence N. Lavigne daarbij afhankelijk van containervervoer overzee.

De bandenimporteur heeft een vergelijkbaar verhaal als het cementbedrijf. Evergreen had contractueel aan FTS toegezegd om tegen een bepaald tariefniveau voor het einde van het contract, dat aanstaande april afloopt, 89 containers te vervoeren, maar daarvan waren er op het moment van het indienen van de aanklacht pas 19 daadwerkelijk vervoerd.

Dure spotmarkt

Ook volgens advocaat Lavigne hebben containerrederijen er sinds de coronacrisis een handje van om contracten aan hun laars te lappen en klanten te dwingen om de dure spotmarkt op te gaan. Rederijen hebben, zo schrijft Lavigne, via ‘blank sailings’ kunstmatig schaarste gecreëerd om zo de prijzen op te kunnen drijven. Voor zijn cliënt FTS ‘resulteerde dit in forse stijgingen van de kosten van banden voor zijn klanten en tenslotte ook voor de Amerikaanse consument’, aldus de advocaat.

Via ‘samenzwerende allianties’, in het geval van Evergreen de Ocean Alliance, kunnen containerrederijen hun tarieven volgens Lavigne afstemmen met hun partners, ‘duidelijk ten nadele van verladers zoals FTS’. De advocaat spreekt van ‘buitensporige en onfatsoenlijke businesspraktijken’ die een bedrijfstak die tot voor kort nog ‘gerenommeerd en ordelijk was’ de laatste tijd ‘gedestabiliseerd’ heeft.

De financiële schade voor de bandenimporteur is volgens de advocaat inmiddels opgelopen tot boven de 1 miljoen dollar ‘en nog groeiende’. Ook FTS wil dat Evergreen wordt onderworpen aan een hoorzitting, te organiseren in Washington D.C., en dat de rederij dan wordt veroordeeld tot het vergoeden van de schade, aangevuld met ‘maatregelen die de FMC rechtmatig en gepast acht’.

De Amerikaanse woonartikelenspecialist MCS Industries, toeleverancier van grote retailers als Walmart en Home Depot, begon vorig jaar zomer een vergelijkbare procedure tegen de Chinese rederij Cosco en de Zwitsers/Italiaanse rederij MSC.

Schikking

Cosco trof in september vervolgens een schikking met de verlader, een deal waarvan de inhoud geheim bleef. De FMC reageerde destijds verheugd op de schikking en stelde dat hiermee een langslepende juridische strijd was verhinderd. MSC daarentegen noemde de aantijgingen van de verlader ongegrond en dreigde zelfs met een tegenaanklacht wegens ‘laster’. Twee maanden geleden herhaalde MSC nog eens dat het niets verkeerd heeft gedaan en dat eventuele problemen die MCS heeft ervaren bij vrachtboekingen het gevolg moeten zijn van ‘misverstanden en communicatiekwesties’. CMA CGM en Evergreen hebben nog niet gereageerd op de nieuwe aanklachten die tegen hen bij de FMC zijn ingediend.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement