Eigenaars van de tankers die nog wel bereid zijn Russische olie naar de rest van de wereld te varen vragen nu een hogere vergoeding voor de risico’s die ze lopen. Het tarief om na maandag, als de EU-boycot ingaat, olie vanuit Rusland via de Oostzee naar India te vervoeren is opgelopen tot 15 miljoen dollar. Hiervoor was dat 9 miljoen tot 11,5 miljoen dollar.

De hogere vervoerskosten maken de Russische olie ook minder waard voor de exporteurs, die toch al op prijs moeten concurreren nu enkele landen al een boycot op aardolie uit het land hebben ingesteld. Daar komt bij dat de landen van de G7 en de EU werken aan een prijsplafond voor Russische olie. Het wordt scheepvaartbedrijven en aanverwante dienstverleners zoals verzekeraars dan verboden mee te werken aan de export van Russische olie als die grondstof boven een bepaalde prijs wordt verkocht.

Verschillende media meldden al dat er een akkoord in zicht is over dit plafond. De maximumprijs zou daarbij komen te liggen op 60 dollar. Daarnaast komt er naar verluidt een mechanisme dat het prijsplafond 5 procent onder de marktprijs houdt. Rusland heeft meermaals aangegeven geen olie te verkopen aan landen die meewerken met de nieuwe sanctie.

De onzekerheid waar rederijen mee kampen zorgt mogelijk voor een groter beroep op de zogeheten donkere vloot. Dat zijn de tankers waarvan onbekend is wie de eigenaar is, zodat deze schepen nog door kunnen gaan met het vervoeren van olie uit gesanctioneerde landen. Deze veelal verouderde schepen vervoerden bijvoorbeeld ook veel olie uit Iran, dat ook met zware sancties zit, en kunnen hetzelfde doen voor Rusland.