Begrijp me niet verkeerd, ik kijk heel graag naar de F1, maar toch minder graag naar racen op de A1. Ik ga ervan uit dat weggebruikers in het bezit zijn van een rijbewijs en daarom dus kunnen rijden. Maar wat zegt dat rijbewijs nou echt over iemands rijvaardigheid?

Waarom deze klaagzang over het rijgedrag van sommige medeweggebruikers? Omdat ik iets dergelijks terugzag in een uitspraak van de rechtbank over de indeling van goederen. Wanneer een importeur twijfelt over de juistheid van de goederencode bij indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN), kan de importeur een Bindende Tariefinlichting (BTI) aanvragen.

Die BTI geeft de importeur rechtsbescherming door duidelijkheid te geven over de aan te geven goederencode. Dat betekent dat de douane gedurende drie jaar geen naheffing kan opleggen, ook niet als de douane achteraf van mening is dat een andere goederencode gebruikt had moeten worden. Goed geregeld, niets meer aan doen.

Hoewel, niet helemaal. Vergelijk die BTI-afgifte met het rij­examen. Ten tijde van de afgifte was de douane van mening dat de vermelde goederencode juist was, maar het douanetarief en de interpretatie daarvan is voortdurend aan verandering onderhevig. Denk aan de grote stroom aan indelingsverordeningen en wijzigingen van de toelichting op de GN. De wetgeving schrijft voor dat de BTI zijn geldigheid verliest wanneer op EU-niveau wijzigingen optreden in de toelichting of in het tarief zelf.

En daarmee verdwijnt ook de door de BTI verkregen rechtsbescherming. Nu dient de douane de importeur daarvan op de hoogte te stellen. Maar wat nu als de douane dat niet doet? Dan verliest de BTI evengoed zijn geldigheid. En volgens de rechtbank komt dat voor rekening van de importeur. Want die wordt ook geacht de wetgeving en toelichtingen in de gaten te houden en dient daarmee op de hoogte te zijn van de status van zijn BTI.

De werkelijkheid is echter, dat nagenoeg geen enkele importeur het echt in de gaten houdt zodra de BTI eenmaal is afgegeven. Er wordt blindgevaren op de goederencode in de, inmiddels ongeldige, BTI.

Dat zien we ook bij douanevergunningen (bijvoorbeeld actieve veredeling) die ooit zijn aangevraagd voor specifieke goederen met specifieke hoeveelheden voor specifieke bewerkingen. Smeltpunten, opbrengstpercentages, bijproducten en/of hoeveelheden kunnen in de loop der tijd behoorlijk wijzigen, maar wie past dat daadwerkelijk aan in de vergunning?

Douanewetgeving vereist dat onderhoud wordt verricht op die vergunningen door interne controles en aanpassing van de AO/IB en de vergunning zelf. De praktijk is evenwel weerbarstiger. Het blijft vaak bij dat eenmalige rijexamen en daarna wordt er hard op het gaspedaal getrapt door de waan van de dag. Achterstallig onderhoud op douanekennis en vergunningen is helaas aan de orde van de dag, waardoor importeurs in beroepsprocedures vaak in de vangrails eindigen als gevolg van schijnzekerheid door onjuiste documentatie.

Dus als je na het lezen van deze column denkt: ‘Goh, wanneer heb ik voor het laatst die ene BTI bekeken of die oude douanevergunning nagelopen?’, dan is het tijd voor een pitstop. Stukje Deventer Koek of Rotterdams Maasstroompje erbij en aan de slag. Misschien niet het leukste onderdeel van de race, maar wel het belangrijkste, als je de race tenminste wilt uitrijden.

Raoul Ramautarsing, consultant

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding