Deze week deel 4/4 in een serie over de Zweedse houtindustrie.

‘Ik had niet verwacht dat er zoveel weerstand zou zijn. We hadden duidelijke argumenten’, vertelt professor Christina Moberg, de Zweedse voorzitter van de EASAC, de Europese raad die beleids­makers adviseert over actuele wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen. In 2017 leverde de raad in een rapport kritiek op het EU-beleid met betrekking tot het gebruik van bosbiomassa voor energie. Brussel werd met het rapport herinnerd aan de klimaat- en biodiversiteitsconventies van de Verenigde Naties die het na zou moeten streven.

Terwijl de biomassa-industrie benadrukt dat jonge bomen sneller CO2 opnemen dan oude bomen, demonstreren wetenschappers dat beschermde oerbossen en andere oude bossen de hoogste koolstofvoorraden hebben. Bomen slaan koolstof niet alleen op in hun stam, maar ook in de bodem en de organismes eromheen. Desondanks worden oude bossen en natuurgebieden ook in Zweden nog steeds gekapt.

Miljoenen jaren

Om negatieve klimaatgevolgen van de kap te beperken, zou de Europese Commissie moeten overwegen een maximale ‘payback time’ voor CO2 in te voeren, suggereerde de EASAC. Biomassa is zowel een bron als een opslagmethode voor CO2: zolang de biomassa leeft, legt deze vooral CO2 vast, maar bij verbranding of composteren wordt een groot deel ervan weer losgelaten. Pas als een compenserende plant weer tot hetzelfde niveau is opgegroeid, is de cyclus ‘klimaatneutraal’. Gras heeft een cyclus van een jaar, een naaldboom grofweg van een eeuw, steenkool van miljoenen jaren. Wil je je uitstoot voor 2030 compenseren, dan zou je het biomassaverbruik dus moeten beperken tot vormen die voor die tijd weer aangegroeid zijn. Zweedse bomen zijn daarvoor niet geschikt. In het zuiden kost het ongeveer 65 jaar voor ze oogstrijp zijn, in het koude noorden al snel het dubbele.

Door deze ‘payback time’ te negeren, kan een staatsbedrijf als Svaeskog beredeneren dat een product als biobrandstof ‘geen netto toevoer aan koolstofdioxide’ veroorzaakt. In zijn jaarverslag beraamt het bedrijf zijn eigen aandeel op 11 miljoen ton aan CO2-opname per jaar. Pulpproducent SCA stelt dat zijn bomen in 2020 9.6 miljoen ton CO2 vastlegden. Daadwerkelijke veldmetingen tonen aan, dat percelen met jonge aanplant de eerste jaren na de kaalkap veel meer CO2 loslaten dan ze opnemen. Die CO2 wordt niet meegerekend.

Tekst gaat verder onder de foto.

bomen, co2-meting, bos, Zweden
Daadwerkelijke veldmetingen tonen aan, dat percelen met jonge aanplant de eerste jaren na de kaalkap veel meer CO2 loslaten dan ze opnemen. Die CO2 wordt niet meegerekend.

Jammer

In de bossen rond het zuid-Zweedse dorpje Perstorp staat het Hyltemossa-station, een van de meettorens van het Europese koolstofobservatiesysteem ICOS. Tussen de toppen van de naaldbomen rijst een hoge toren vol sensoren. Die meten onder meer de CO2 bovenin het bos, en een stuk daarboven. Aan die nauwkeurige concentratiemetingen kan je zien hoeveel CO2 uitgewisseld wordt tussen een landschap en de atmosfeer erboven, vertelt Anders Lindroth, emeritus professor fysieke geografie aan de universiteit van Lund.

‘Ik vind het jammer dat we geen gebruik maken van de Europese ICOS-infrastructuur om regelmatig te controleren of onze mitigatiewerkzaamheden vorderen of niet’, schrijft prof. Lindroth voorafgaand aan het bezoek van NT aan het CO2-meetstation. ‘Ik denk dat dit van belang zou moeten zijn voor de beleidsmakers, maar dat lijkt niet het geval te zijn.’

Door de data van 513 gemonitorde bossen te vergelijken, weten de ICOS-onderzoekers dat de meeste volwassen bossen inderdaad meer CO2 vastleggen dan ze uitstoten. De totale CO2-opname hangt echter sterk af van factoren als vocht en temperatuur dat jaar, zo tonen de blokjes hout in de kantine van het meetstation. In droge jaren nam het bos nauwelijks CO2 op, maar in natte, warme zomers brak het records.

Fotosynthese

De totale CO2-uitstoot of opname van een stuk bos wordt echter niet alleen bepaald door de fotosynthese overdag, tonen Lindroths gegevens, maar ook door de hoeveelheid CO2 die het ecosysteem ‘s nachts weer uitstoot. Als je het bovengrondse deel van de bomen kapt, valt de fotosynthese grotendeels weg, maar gaat een groot deel van de uitstoot gewoon door. Het duurt vele jaren voordat het systeem weer zodanig hersteld is dat het weer kan dienen als koolstofopslag; veel meer dan de paar jaar die we nog hebben tot 2030.

Wie gelooft in de duurzaamheid van de Zweedse biomassa-industrie, gelooft in een sprookje, concludeert professor Ecologie Stig-Olof Holm. ‘Het is een valse claim, het is niet duurzaam: noch ecologisch, noch sociaal, noch financieel.’

Een groot deel van het probleem zit ‘m in de papierindustrie, denkt Holm. Ongeveer de helft van alle kubieke meters die uit het Zweedse bos worden geoogst, staat te boek als pulphout. Het zijn de jonge bomen die circa 30 euro per kub opleveren, terwijl het oude zaaghout ongeveer 48 euro waard is. Ze worden vermalen tot cellulose en lignine voor de productie van papierpulp en ‘black liquor’, een vorm van biobrandstof.

Er alternatieven voor papierproductie. Het woord ‘papier’ komt immers van ‘papyrus’: een grassoort. Veel landen maken hun papier tegenwoordig uit landbouwresten, weet Holm. Hij heeft zijn hoop gericht op de klanten, die al bewezen hebben de nodige druk uit te kunnen oefenen.

Tekst gaat verder onder de foto.

naaldbomen, zweden, houtindustrie, bos
Ongeveer de helft van alle kubieke meters die uit het Zweedse bos worden geoogst, staat te boek als pulphout.

Pulp

Nadat hygiëneproducten-fabrikant Essity publiekelijk bekritiseerd werd omdat het oerbossen zou vermalen tot wegwerpproducten als maandverband en tissues, scheidde het bedrijf zich af van zijn moederonderneming SCA, de leverancier van de benodigde pulp. Inmiddels verwacht het met een nieuwe installatie in het Duitse Mannheim jaarlijks 35.000 ton pulp uit tarwestro te kunnen halen. Op de 3,2 miljoen ton pulp die het in 2020 verbruikte, lijkt het nauwelijks de moeite, maar met de juiste landbouwmethoden zou het een stap kunnen zijn voor een duurzaam productieproces dat de koolstofopslag in de bodem juist versterkt.

‘Het kappen van oude boreale bossen zou, vanwege de factor klimaattijd, niet als duurzaam moeten worden geclassificeerd in de EU-taxonomie van duurzame activiteiten’, benadrukte Holm afgelopen april in een brief aan het team van Eurocommissaris Frans Timmermans. Wil je CO2-uitstoot op tijd beperken, zo be­argumenteert de Zweed, dan je moet stoppen met kappen en minder consumeren; een impopulaire boodschap voor de biomassa-industrie.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding