Daarmee komt de rechter veel lager uit dan het Openbaar Ministerie, die een ontneming van 105 miljoen euro had geëist. Het gaat om zogeheten wederrechtelijk verkregen voordeel zoals dat in het strafrechtelijk onderzoek naar Van den Nieuwenhuyzen aan het licht is gekomen. De voormalige bedrijvendokter werd in 2015 in de strafzaak in hoger beroep veroordeeld voor onder meer omkoping van de directeur Willem Scholten van het Havenbedrijf Rotterdam.

Privévoordeel

Dat het verschil tussen de eis van het OM en de uitspraak van de rechter zo groot is, komt doordat de laatste alleen kijkt naar het privévoordeel dat hij volgens de rechter in de affaire heeft verkregen. Het OM wilde het complete bedrag dat ‘zoek’ is geraakt op Van den Nieuwenhuyzen verhalen. 

Dat geld was afkomstig van een aantal banken. Die hadden aan Van den Nieuwenhuyzen gezamenlijk bijna 250 miljoen euro uitgeleend op basis van een garantstelling van Scholten. Het grootste deel daarvan is teruggehaald, maar een aanzienlijk deel kon niet meer worden getraceerd. In een eerdere zaak oordeelde de rechter dat Scholten niet bevoegd was om de garantie af te geven en dat de betrokken banken verzuimd hadden om dat te controleren.

De veroordeling van Van den Nieuwenhuyzen is het zoveelste hoofdstuk in de ‘havenaffaire’, die in 2004 aan het licht kwam. Scholten biechtte toen tijdens een vergadering van de raad van commissarissen op dat hij op eigen houtje garanties had afgegeven en dat de zaak volledig uit de hand was gelopen. Van den Nieuwenhuyzen leende het geld onder meer ten behoeve van de scheepswerf RDM, waarvan hij aandeelhouder was.

De ondernemer werd eerder in een strafzaak wegens omkoping van Scholten  veroordeeld tot gevangenisstraf van een jaar, waarvan 285 dagen voorwaardelijk. Na aftrek van zijn voorarrest hoefde hij alleen een boete te betalen van 150.000 euro. Van den Nieuwenhuyzen overweegt om tegen de jongste uitspraak in beroep te gaan.