In voorgaande maanden ging het in het Global Liner Performance van het consultancybureau voortdurend van kwaad tot erger, maar in maart krabbelde de betrouwbaarheid van de containerlijnvaart op naar 40,4%, een verbetering met 5,8%. Vier op de tien schepen wisten zich dus aan het vaarschema te houden. De containerschepen die te laat in een haven arriveerden, waren in maart gemiddeld 6,1 dag vertraagd, en ook dat was een lichte verbetering. In februari was die vertraging nog 0,79 dag langer.

Bar en boos

De voorzichtige verbetering neemt niet weg dat de betrouwbaarheid van de vaarschema’s in het wereldwijde containerverkeer nog steeds bar en boos is als je die vergelijkt met het tijdperk vóór de coronapandemie. ‘Er is nog een lange weg te gaan om de niveau’s van vorige jaren te bereiken’, aldus de Deense consultant.

Het is ook nog afwachten wat de ‘Ever Given’, die op 23 maart vastliep in het Suezkanaal, met de april-statistieken zal doen. In maart had de Taiwanese rederij Evergreen alvast de laagste betrouwbaarheid van alle grote containerreders: 29,6%. Maersk voer het vaakst op tijd: in 48,7% van de gevallen. Hamburg Süd volgde met 45,9%. De derde rederij die boven de 40% wist te scoren, was Wan Hai. Die Taiwanese rederij boekte bovendien de grootste vooruitgang vergeleken met februari.

Torenhoge tarieven

Niet iedereen ziet in de dienstverlening in de containervaart, die door een expediteur vlak voor kerst nog als ‘duivels’ werd omschreven, dezelfde lichtpuntjes als Sea-Intelligence nu doet. Zo noemt Jens Bjørn Andersen, ceo van het Deense transportconcern DSV, de dienstverlening in gesprek met de nieuwssite ShippingWatch ‘slechter dan ooit’. Samen met de torenhoge tarieven in de containervaart vormt de slechte service ‘een ongelooflijk slechte combinatie’, aldus Andersen.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding