Wegtransporteur Brinkman weer op de vingers getikt

rechtszaak

Brinkman Trans Holland heeft opnieuw verloren in de rechtszaal. Het Gerechtshof oordeelde recent dat Oost-Europese chauffeurs die door de vervoerder zijn ingehuurd, onder de cao vallen. Nieuwsblad Transport dook in de juridische kant van deze zaak.

Nederlandse transportbedrijven maken met grote regelmaat gebruik van de diensten van buitenlandse chauffeurs. Daar worden diverse constructies voor gebruikt, die soms leiden tot juridische conflicten. Daarom is het interessant om eens te kijken naar de criteria waaraan een rechter toetst of een chauffeur moet worden betaald volgens de cao.

Brinkman is een internationaal opererende wegtransporteur uit Emmen. Het bedrijf verzorgt onder meer ritten van en naar Scandinavië. Zo is meubelgigant Ikea een belangrijke klant van het Drentse bedrijf. Voor dit transport zijn chauffeurs ingezet uit Oost-Europa, die werkten via twee onderaannemers. Deze zijn gevestigd in Polen en Moldavië en dragen respectievelijk de namen Brinkman Trans Holland Sp. z o o. en Brinkman Trans Holland Service.

De chauffeurs zijn echter niet betaald volgens de Nederlandse cao-regels. Ze kregen aanzienlijk minder, omdat ze volgens het transportbedrijf niet onder de cao vielen. Daar was vakbond FNV het niet mee eens. De bond stapte naar de rechter om een einde te maken aan het, in hun ogen, onderbetalen van deze Oost-Europese krachten.

Gerechtshof

De zaak loopt al geruime tijd en is inmiddels beland bij het Gerechtshof, dat eind juli uitspraak deed. Centraal stond artikel 73 van de Cao Beroepsgoederenvervoer. Dit zou volgens de vakbond inhouden dat Brinkman de buitenlandse chauffeurs Nederlands loon had moeten betalen. Elke rit begon of eindigde in Nederland en de regie en de uitvoering vonden geheel in Nederland plaats volgens FNV. Ook wees de bond erop dat de Poolse en Moldavische bedrijven geen zelfstandige rol hadden.

Brinkman zag dat anders. De vervoerder is van mening dat het wel degelijk gaat om zelfstandig opererende bedrijven. Bovendien vond het grootste deel van het transport buiten Nederland plaats.

Volgens het Gerechtshof valt een buitenlandse chauffeur onder de cao als hij zijn arbeid gewoonlijk vanuit Nederland verricht. Om dat te bepalen kijkt de rechter naar het land vanwaaruit de werknemer de transportopdrachten verricht, hij instructies voor zijn opdrachten ontvangt en hij zijn werk organiseert.

Daarnaast telt mee waar de vrachtwagens zich bevinden. ‘Ook dient te worden nagegaan in welke plaatsen het vervoer hoofdzakelijk wordt verricht, in welke plaatsen de goederen worden gelost en naar welke plaats de chauffeur na zijn opdrachten terugkeert’, aldus het hof in de recente uitspraak.

Aandeelhouder

Kijkend naar deze criteria was de rechter van mening dat de chauffeurs inderdaad onder de Nederlandse cao vielen. Belangrijke afweging daarbij is dat de directeur van Brinkman in Nederland voor 90% aandeelhouder was van de Poolse onderneming. Tevens blijkt uit gegevens van het Moldavische handelsregister dat de directeur de oprichter en ‘administrator’ van Brinkman Trans Holland Service is geweest.

Tijdens de zitting is ook een verklaring overgelegd van een Poolse chauffeur. Daarin staat dat hij zijn werkzaamheden startte en eindigde in Nederland en dat hij nooit bij het Poolse bedrijf is geweest. De rechter liet ook meewegen dat Brinkman zelf niets heeft overgelegd waaruit zou blijken dat de Oost-Europese bedrijven zelfstandig opereren, bijvoorbeeld met overeenkomst van opdrachten en facturen.

Daaruit komt volgens het Gerechtshof het beeld naar voren dat beide buitenlandse ondernemingen geen zelfstandige rol vervulden. Dat het woord ‘Brinkman’ terugkomt in de namen van beide Oost-Europese bedrijven, werkt ook niet in het voordeel van de Drentse transporteur. Dat het vervoer grotendeels op buitenlandse wegen plaatsvond, was voor het hof niet relevant.

Aansturing vanuit Drenthe

Tevens wijst de rechter op het feit dat een onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de lezing van de vakbond ondersteunt. De inspectiedienst heeft onderzoek gedaan naar het inhuren van de buitenlandse chauffeurs door Brinkman en was van mening dat de transporteur uit Emmen inderdaad als werkgever optrad voor de Oost-Europeanen. Belangrijke afweging was dat planning en organisatie van het vervoer en de aansturing van de chauffeurs plaatsvond op gezag en regie van het bedrijf uit Drenthe.

Het hof oordeelde dus dat de chauffeurs onder de Nederlandse cao vallen en sloot zich daarmee aan bij de kantonrechter. Die oordeelde in februari 2017 ook dat de Nederlandse cao van toepassing was, onder meer omdat de directeur van Brinkman naar Polen is gegaan toen daar een diefstal van 2500 pallets aan het licht kwam.

Daarnaast liet de kantonrechter meewegen dat de naam van het Nederlandse bedrijf als vervoerder wordt genoemd op de planlijsten en vrachtbrieven van de Oost-Europese bedrijven. Dat de contactgegevens van het Nederlandse bedrijf stonden vermeld bij een vacature op de website van het Moldavische bedrijf, werkte ook in het nadeel van Brinkman.

Tevens was er de eerdergenoemde verklaring van een Poolse chauffeur, die meldde dat hij zijn planning uit Nederland kreeg. Hij ontving een basisloon van 1.300 Poolse zloty (ongeveer 300 euro), plus een onkostenvergoeding van 55 euro per etmaal. Dat deze verklaring afkomstig zou zijn van de chauffeur die de diefstal van 2500 pallets heeft verricht, vindt de rechter minder relevant. Bewijsmateriaal dat de FNV heeft overgelegd, zou het verhaal van de chauffeur ondersteunen.

Ritten gesplitst

De vakbond wees er bij de kantonrechter ook op dat Brinkman bijna standaard transportritten in tweeën splitste. De ritten worden op één vrachtbrief gereden, maar uitgevoerd door twee chauffeurs. Eén van hen is in dienst van het Poolse of Moldavische bedrijf en de andere in dienst van het bedrijf uit Emmen. Het enige verschil is volgens FNV dat de buitenlandse chauffeurs een basisloon hebben dat ongeveer acht keer lager ligt dan het basisloon conform de cao.

Volgens de rechter heeft Brinkman niet betwist dat het ritten ‘splitst’. Het bedrijf betwist ook niet dat het op deze ritten gebruikmaakt van buitenlandse chauffeurs voor het traject Scandinavië-Emmen en van Nederlandse chauffeurs voor de trajecten vanaf Emmen. Ook is geen andere dan een financiële verklaring gegeven voor de keuze om de ritten te splitsen. Daarom vond de kantonrechter dat de buitenlandse chauffeurs wel degelijk onder de Nederlandse cao vallen. De wegtransporteur heeft dwangsommen opgelegd gekregen tot 100.000 euro, als het bedrijf de cao niet correct toepast bij het inhuren van Oost-Europese chauffeurs.

Reacties

Beste Harm,

Diverse vonnissen in deze zaak zijn gelezen. Wat is er onjuist in uw ogen?

Geplaatst door: Tom van Gurp op

lees vonnis eens voor je iers deelt.

Geplaatst door: harm op

Beste,
Een sprekend voorbeeld uit Nederland voor de Belgische vakbonden. Het wordt hoog tijd dat men in België de zo vele frauduleuze wegvervoerders aanpakt.

Geplaatst door: Maurice Smeets op
Wegtransporteur Brinkman weer op de vingers getikt | NT

Wegtransporteur Brinkman weer op de vingers getikt

rechtszaak

Brinkman Trans Holland heeft opnieuw verloren in de rechtszaal. Het Gerechtshof oordeelde recent dat Oost-Europese chauffeurs die door de vervoerder zijn ingehuurd, onder de cao vallen. Nieuwsblad Transport dook in de juridische kant van deze zaak.

Nederlandse transportbedrijven maken met grote regelmaat gebruik van de diensten van buitenlandse chauffeurs. Daar worden diverse constructies voor gebruikt, die soms leiden tot juridische conflicten. Daarom is het interessant om eens te kijken naar de criteria waaraan een rechter toetst of een chauffeur moet worden betaald volgens de cao.

Brinkman is een internationaal opererende wegtransporteur uit Emmen. Het bedrijf verzorgt onder meer ritten van en naar Scandinavië. Zo is meubelgigant Ikea een belangrijke klant van het Drentse bedrijf. Voor dit transport zijn chauffeurs ingezet uit Oost-Europa, die werkten via twee onderaannemers. Deze zijn gevestigd in Polen en Moldavië en dragen respectievelijk de namen Brinkman Trans Holland Sp. z o o. en Brinkman Trans Holland Service.

De chauffeurs zijn echter niet betaald volgens de Nederlandse cao-regels. Ze kregen aanzienlijk minder, omdat ze volgens het transportbedrijf niet onder de cao vielen. Daar was vakbond FNV het niet mee eens. De bond stapte naar de rechter om een einde te maken aan het, in hun ogen, onderbetalen van deze Oost-Europese krachten.

Gerechtshof

De zaak loopt al geruime tijd en is inmiddels beland bij het Gerechtshof, dat eind juli uitspraak deed. Centraal stond artikel 73 van de Cao Beroepsgoederenvervoer. Dit zou volgens de vakbond inhouden dat Brinkman de buitenlandse chauffeurs Nederlands loon had moeten betalen. Elke rit begon of eindigde in Nederland en de regie en de uitvoering vonden geheel in Nederland plaats volgens FNV. Ook wees de bond erop dat de Poolse en Moldavische bedrijven geen zelfstandige rol hadden.

Brinkman zag dat anders. De vervoerder is van mening dat het wel degelijk gaat om zelfstandig opererende bedrijven. Bovendien vond het grootste deel van het transport buiten Nederland plaats.

Volgens het Gerechtshof valt een buitenlandse chauffeur onder de cao als hij zijn arbeid gewoonlijk vanuit Nederland verricht. Om dat te bepalen kijkt de rechter naar het land vanwaaruit de werknemer de transportopdrachten verricht, hij instructies voor zijn opdrachten ontvangt en hij zijn werk organiseert.

Daarnaast telt mee waar de vrachtwagens zich bevinden. ‘Ook dient te worden nagegaan in welke plaatsen het vervoer hoofdzakelijk wordt verricht, in welke plaatsen de goederen worden gelost en naar welke plaats de chauffeur na zijn opdrachten terugkeert’, aldus het hof in de recente uitspraak.

Aandeelhouder

Kijkend naar deze criteria was de rechter van mening dat de chauffeurs inderdaad onder de Nederlandse cao vielen. Belangrijke afweging daarbij is dat de directeur van Brinkman in Nederland voor 90% aandeelhouder was van de Poolse onderneming. Tevens blijkt uit gegevens van het Moldavische handelsregister dat de directeur de oprichter en ‘administrator’ van Brinkman Trans Holland Service is geweest.

Tijdens de zitting is ook een verklaring overgelegd van een Poolse chauffeur. Daarin staat dat hij zijn werkzaamheden startte en eindigde in Nederland en dat hij nooit bij het Poolse bedrijf is geweest. De rechter liet ook meewegen dat Brinkman zelf niets heeft overgelegd waaruit zou blijken dat de Oost-Europese bedrijven zelfstandig opereren, bijvoorbeeld met overeenkomst van opdrachten en facturen.

Daaruit komt volgens het Gerechtshof het beeld naar voren dat beide buitenlandse ondernemingen geen zelfstandige rol vervulden. Dat het woord ‘Brinkman’ terugkomt in de namen van beide Oost-Europese bedrijven, werkt ook niet in het voordeel van de Drentse transporteur. Dat het vervoer grotendeels op buitenlandse wegen plaatsvond, was voor het hof niet relevant.

Aansturing vanuit Drenthe

Tevens wijst de rechter op het feit dat een onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de lezing van de vakbond ondersteunt. De inspectiedienst heeft onderzoek gedaan naar het inhuren van de buitenlandse chauffeurs door Brinkman en was van mening dat de transporteur uit Emmen inderdaad als werkgever optrad voor de Oost-Europeanen. Belangrijke afweging was dat planning en organisatie van het vervoer en de aansturing van de chauffeurs plaatsvond op gezag en regie van het bedrijf uit Drenthe.

Het hof oordeelde dus dat de chauffeurs onder de Nederlandse cao vallen en sloot zich daarmee aan bij de kantonrechter. Die oordeelde in februari 2017 ook dat de Nederlandse cao van toepassing was, onder meer omdat de directeur van Brinkman naar Polen is gegaan toen daar een diefstal van 2500 pallets aan het licht kwam.

Daarnaast liet de kantonrechter meewegen dat de naam van het Nederlandse bedrijf als vervoerder wordt genoemd op de planlijsten en vrachtbrieven van de Oost-Europese bedrijven. Dat de contactgegevens van het Nederlandse bedrijf stonden vermeld bij een vacature op de website van het Moldavische bedrijf, werkte ook in het nadeel van Brinkman.

Tevens was er de eerdergenoemde verklaring van een Poolse chauffeur, die meldde dat hij zijn planning uit Nederland kreeg. Hij ontving een basisloon van 1.300 Poolse zloty (ongeveer 300 euro), plus een onkostenvergoeding van 55 euro per etmaal. Dat deze verklaring afkomstig zou zijn van de chauffeur die de diefstal van 2500 pallets heeft verricht, vindt de rechter minder relevant. Bewijsmateriaal dat de FNV heeft overgelegd, zou het verhaal van de chauffeur ondersteunen.

Ritten gesplitst

De vakbond wees er bij de kantonrechter ook op dat Brinkman bijna standaard transportritten in tweeën splitste. De ritten worden op één vrachtbrief gereden, maar uitgevoerd door twee chauffeurs. Eén van hen is in dienst van het Poolse of Moldavische bedrijf en de andere in dienst van het bedrijf uit Emmen. Het enige verschil is volgens FNV dat de buitenlandse chauffeurs een basisloon hebben dat ongeveer acht keer lager ligt dan het basisloon conform de cao.

Volgens de rechter heeft Brinkman niet betwist dat het ritten ‘splitst’. Het bedrijf betwist ook niet dat het op deze ritten gebruikmaakt van buitenlandse chauffeurs voor het traject Scandinavië-Emmen en van Nederlandse chauffeurs voor de trajecten vanaf Emmen. Ook is geen andere dan een financiële verklaring gegeven voor de keuze om de ritten te splitsen. Daarom vond de kantonrechter dat de buitenlandse chauffeurs wel degelijk onder de Nederlandse cao vallen. De wegtransporteur heeft dwangsommen opgelegd gekregen tot 100.000 euro, als het bedrijf de cao niet correct toepast bij het inhuren van Oost-Europese chauffeurs.

Reacties

Beste Harm,

Diverse vonnissen in deze zaak zijn gelezen. Wat is er onjuist in uw ogen?

Geplaatst door: Tom van Gurp op

lees vonnis eens voor je iers deelt.

Geplaatst door: harm op

Beste,
Een sprekend voorbeeld uit Nederland voor de Belgische vakbonden. Het wordt hoog tijd dat men in België de zo vele frauduleuze wegvervoerders aanpakt.

Geplaatst door: Maurice Smeets op