Bijna is het zover. De afgelopen maanden hebben de Russische douane-autoriteiten het gebied waarvoor ze extra financiële garanties vragen, steeds een beetje uitgebreid. Daarbij niet gehinderd door een uitspraak van een eveneens Russische opperrechter, die ze in het ongelijk stelde. Deze kwestie speelt niet alleen tussen Rusland en zijn buitenlandse handelspartners, maar ook tussen Russische belanghebbenden onderling.

Dat verklaart wellicht waarom wij in Europa weinig begrijpen van de opstelling van de Russen. Want Europese vervoerders op Rusland gebruiken het Carnet TIR, omgekeerd geldt dat ook voor Russische vervoerders die Europa in willen. Het Russische bedrijfsleven heeft beide nodig. Waarom de eigen handelsbelangen schaden door een goed werkend douanesysteem om zeep te helpen?

Waarschijnlijk om een reden die wij niet kennen, maar die gezocht moet worden in een binnenlands of buitenlands conflict waarbij de TIR-conventie als drukmiddel wordt ingezet.

Dat president Poetin zich persoonlijk met de zaak schijnt te bemoeien, wijst daar op. Die heeft het ooit de – door het roemruchte Russische ijshockeyteam tot in perfectie uitgevoerde – powerplay als diplomatiek wapen omarmd.

Nog iets anders doet vermoeden dat deze TIR-kwestie eerder een zaak is van hogere politieke orde dan van zoiets alledaags als het faciliteren van handel en logistiek. Alle oekazes van de douanetop in Moskou hebben nog niet geleid tot daadwerkelijke opvolging aan de grens. Vervoerders blijken het Carnet gewoon te kunnen gebruiken. Luisteren die douaniers niet naar hun bazen, of hebben de instructies hen nooit bereikt?

Dit alles voedt de hoop dat de soep niet zo heet zal worden gegeten als-ie nu wordt opgediend, althans aardig zal zijn afgekoeld wanneer het 1 december is. Aan beide kanten zijn de belangen te groot om de kwestie uit de hand te laten lopen. De onderhandelingen die nu gaande zijn, zullen dus wel slagen.

Het moet alleen nog even gebeuren.

Frank de Kruif