In dit project werkte Vil, het Vlaams innovatieplatform voor de logistiek, samen met 22 bedrijven en zes stadsbesturen. De conclusie is dat het totaal aantal gereden kilometers dankzij consolidatie afneemt, mits het aantal consolidatiepunten en hun locatie zorgvuldig worden gekozen in functie van de stad. Voor logistieke dienstverleners met een lage leverdichtheid zou het werken met hubs en microhubs bovendien een duidelijke kostenbesparing opleveren.

‘Onze steden krijgen dagelijks grote goederenstromen te verwerken. Dat heeft een flinke impact op de leefbaarheid’, stelt projectleider Stefan Bottu. ‘Veel experimenten en proefprojecten om daar iets aan te doen, focussen echter vooral op lokale problemen en bouwen niet verder op bestaande inzichten. R!sult heeft daarin verandering gebracht door het ontwikkelen van een uitgewerkt logistiek procesmodel dat breed toepasbaar is in verschillende steden. Gent en Mechelen bestuderen nu de mogelijke verdere uitrol van dit udc-concept.’

Debatten

‘De meeste deelnemende bedrijven stelden hun data ter beschikking om met de hulp van Universiteit Antwerpen een rekenmodel op te stellen’, vertelt Filip Goossens, ceo van On Time Logistics. ‘Daarmee konden we in een werkgroep heel wat mogelijke scenario’s bekijken. We bestudeerden er ook 96 bestaande buitenlandse voorbeelden. Het was de eerste keer dat een dergelijke brainstorming op zo’n volledige en systematische manier gebeurde. De voorbeelden werden geanalyseerd op duurzaamheid en economische realiteit. Ze zorgden voor interessante debatten die nu leiden naar nieuwe vormen van samenwerking en een slimmere stadslogistiek.’

Een belangrijke conclusie van R!sult is dat, op Antwerpen na, één udc voldoende is om een Vlaamse stad te bevoorraden. ‘De locatie van het udc is daarbij belangrijk, liefst nabij belangrijke en goed bereikbare invalswegen waarlangs veel binnenkomend verkeer zijn weg naar de stad vindt, om zo extra kilometers naar het udc uit te sparen’, aldus Goossens. ‘De variant van een netwerk van microhubs in plaats van een udc is eveneens een interessante piste, maar heeft een wat hoger prijskaartje. Een argument pro is wel, dat het netwerk van microhubs beter toelaat in te zetten op cargofietsen, gezien de betere spreiding van de microhubs en kleinere afstanden’, vult Bottu aan.

Filip Goossens, ceo On time logistics
Filip Goossens, ceo On Time Logistics

Grote meerwaarde

Voor logistieke dienstverleners met een lage leverdichtheid in de stad variëren de berekende kosten ten opzichte van het huidige aanlevermodel van kostenneutraal tot besparingen van 30%. Door een betere consolidatie van de last mile zijn gemiddeld kilometerbesparingen mogelijk van 30 à 50%. ‘De grootste spelers, vanaf vijfhonderd bestellingen per dag en per stad, hebben geen gedeelde hub nodig’, zegt Goossens. ‘Hun eigen volume is voldoende groot om de ritten efficiënt te kunnen plannen. Uiteraard varieert het aantal bestellingen van stad tot stad. Het rekenmodel is een goede leidraad om dit aantal per stad vast te stellen. Maar niet te vergeten: elke extra consolidatie kost geld. Voor ons leverde R!sult een grote meerwaarde. Zo konden we ons duurzaam stadsnetwerk in Antwerpen verder optimaliseren en openstellen voor andere marktpartijen. Het ondersteunt ook onze zoektocht naar toekomstige oplossingen voor steden waar onze afleverdensiteit minder groot is.’

On Time Logistics voert onder meer binnenstedelijke leveringen uit met cargofietsen. ‘Alles wat per fiets kan, doen we per fiets. Maar dan moet je uitvalsbasis wel vlakbij de kernstad liggen, zoals de onze in Antwerpen. Een van de grote spelers heeft zijn basis tien kilometer verderop, in Wommelgem. Voor fietsers zou dit economisch inefficiënte aanrijtijden betekenen. Een aanrijtijd van meer dan tien minuten naar hun eerste levering is zinloos.’

Graphic cityhub

Kapperszaken

Goossens wijst erop dat cargofietsen niet alleen ideaal zijn voor documentleveringen in steden. ‘Onze fietskoeriers beleveren bijvoorbeeld ook kapperszaken en schoonheidssalons met producten van L’Oréal. Hun grote voordeel is dat ze in de binnenstad geen parkeerproblemen ondervinden. Een nabije hub of microhub kan hen een comfortabele omgeving voor hun middagpauze bieden.’

‘De markt is vragende partij naar zoveel mogelijk lange termijnbeleid dat zoveel mogelijk uniform is binnen de verschillende steden’, aldus Bottu. ‘Privaat-publieke overlegstructuren kunnen resulteren in convenanten waarin deze afspraken worden vastgelegd. Van de Vlaamse overheid mag in de toekomst een meer coördinerende en sturende rolinvulling verwacht worden, zoals dit nu al het geval is in Nederland. Daar werd al in 2006 een convenant stimulering schone vrachtauto’s en milieuzonering ondertekend. Hierin kwamen overheden, de transportsector en de voertuigindustrie overeen om milieuzones structureel uit te testen en de impact ervan na te gaan op leefbaarheid en luchtvervuiling. Dit was de start van een structureel traject waarin deze stakeholders samen een roadmap ontwikkelden voor de realisatie van een breed gedragen visie zowel op landelijke reductie van de CO2-uitstoot als op goederenvervoer in stedelijke gebieden.’

Deelnemers

De deelnemers aan het Vlaamse project waren de steden Antwerpen, Brugge, Gent, Mechelen, Sint-Niklaas en Sint-Truiden en de bedrijven ACP, BD Myshopi, BME, Cargo Velo, Colruyt, Geosquare, DHL International, Etheclo, Futurelab (bpost), GLS, Goodman, Montea, On Time Logistics, OOVelo (Fietskoerier De Nil), PostNL, Proximus, Smartship, Tengu, Trimble, WDP, Weerts Supply Chain en Zetes.’

Loop Gent

Het Gentse project Loop is ongewoon doordat het vertrekt vanuit de logistieke situatie van de bestemmingen in plaats van die van de afzenders of transporteurs. Het is gericht op de bundeling van aankomende goederen voor de stadsdiensten en Universiteit Gent in een udc buiten de stad. Basisidee is dat de Gentse stadsdiensten en instellingen in of verbonden aan de stad (zoals universiteiten, scholen, OCMW’s, ziekenhuizen of gezondheidszorg in het algemeen, kinderdagverblijven) samen een aanzienlijk volume in bestellingen vertegenwoordigen en bijkomend goederenverkeer creëren. Het gaat vooral om afzonderlijk kleine volumes, zoals kantoorartikelen, post, catering en ICT. Geconsolideerd via een stadshub vormen deze leveringen mogelijk een kritisch volume dat een udc-operatie kan rechtvaardigen en waarbij private kleine spelers zich kunnen aansluiten.’

Micro-hub Mechelen

Het pilotproject in Mechelen streeft ernaar om de belevering van handelaars in het centrum gebundeld te laten verlopen vanuit een udc buiten de stad. Het wordt uitgevoerd door ODTH en Ecokoeriers. Een selectie van handelaren in het stadscentrum geeft als bestemmingsadres het hub-adres van ODTH op. De leverancier laat de goederen leveren bij ODTH en Ecokoeriers brengt de goederen nu met de fiets tot bij de handelaar. Daarbovenop is er de optie voor handelaars om een ruimte in de hub te huren om er hun goederen op te slaan, zodat ze meer winkelruimte actief kunnen benutten. De aflevering gebeurt dan op afroep. De hub ligt wel relatief ver van het stadscentrum. Hierdoor beperken de aanrijkilometers tot aan de stadsrand de beoogde efficiëntiewinst. Er zijn ook relatief veel fietsbewegingen nodig voor de levering. Nu wordt onderzocht of het beter is een elektrische bestelwagen in te zetten als microhub, als overslagpunt van goederen met eindbestemming in het stadscentrum. De goederen worden ’s ochtends in het udc uitgesorteerd en in de bestelwagen geplaatst. Deze rijdt vervolgens naar een vaste parkeerplaats in het stadscentrum. Daar worden de goederen opgepikt door cargo-fietsen.’