Per vrachtwagen zijn transportbedrijven uit West-Europa gemiddeld 58.807 euro per jaar kwijt aan loonkosten voor chauffeurs. In Oost-Europese landen is dat slechts 21.068 euro. In Zuid-Europese landen liggen de loonkosten per voertuig op 41.728 euro.

Dit kostenverschil komt tot uiting in een flink groter aandeel in de totale operationele kosten bij West-Europese vervoerders. 38% gaat hier op aan arbeid, tegen 22% bij bedrijven in Oost-Europa.

Denemarken

Uit de cijfers blijkt dat transportbedrijven in Denemarken de hoogste operationele kosten van alle EU-lidstaten. Alleen al de loonkosten zijn daar hoger dan de totale operationele kosten voor bedrijven in landen als in Litouwen, Roemenië en Letland. Na Denemarken kent Nederland de hoogste kosten, gevolgd door België en Frankrijk.

Het rapport gebruikt cijfers voor 2019, maar maakt ook prognoses tot 2023. Hoewel het verwachte groeitempo van de loonkosten tegen 2023 hoger is in de Oost-Europese EU-lidstaten dan in de West-Europese lidstaten, is het de verwachting dat de chauffeurskosten in het westen dan nog steeds 171% hoger liggen dan in Oost-Europa.

Marktdynamiek

De opstellers van het rapport benadrukken dat de loonkosten, waaronder brutolonen en sociale lasten, een belangrijke kostencomponent zijn voor vervoerders. ‘Verschillen in loonkosten binnen de Europese markt voor het goederenvervoer over de weg zijn daarmee een belangrijke motor voor de marktdynamiek.’

Uit het rapport blijkt verder dat het chauffeurstekort in Europa leidt tot een instroom van chauffeurs uit landen buiten de EU. Het aantal niet-EU-truckers verdubbelde tussen 2014 en 2016 naar ongeveer 76.000, goed voor 2,5% van het totaal. De meeste van deze chauffeurs zijn werkzaam in Polen, Litouwen, Slovenië en Spanje.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding