Het Zero Emissie Truck Debat vond maandag plaats in de Fokker Terminal in Den Haag. Op uitnodiging van de Rai Vereniging kwamen vertegenwoordigers van de transportsector, verladers, netbeheerders, de overheid en de milieubeweging daar samen om te spreken over laadinfrastructuur, belemmeringen op het gebied van financiering, energiezekerheid en de businesscase van zero-emissie. De bijeenkomst legde de complexiteit van de transitie naar zero-emissietransport genadeloos bloot. ‘Samenwerking’ is de sleutel, zo luidde aan het einde van de ochtend de conclusie.

In de eerste plaats lijkt die samenwerking nodig om de problemen door de congestie op het stroomnet het hoofd te bieden en de voor elektrisch transport vereiste laadinfrastructuur van de grond te krijgen. Het is daarbij echter te makkelijk om alleen te wijzen naar de netbeheerders, zo hield de ceo van Netbeheer Nederland, Frank Binnekamp, de aanwezigen voor. Ondanks aangekondigde miljardeninvesteringen is voldoende verzwaring van het net op korte termijn niet mogelijk. Er is daarom een betere afstemming in vraag en aanbod van stroom nodig. ‘De laadperiode zou meer moeten worden gespreid over de avond en nacht, als de meeste trucks binnen zijn.’

Voor veel vervoerders is het een moeilijke boodschap dat ze hun planning en bedrijfsvoering moeten gaan inrichten rond de laadcapaciteit. ‘Het is voor mij oncomfortabel dat ik niet kan laden wanneer ik wil’, zei een aanwezige transportondernemer. Volgens Sigrid de Vries, de directeur-generaal van de internationale fabrikantenorganisatie Acea, zal die pijn vooral worden gevoeld bij kleine transporteurs. ‘Voor bedrijven met één tot drie trucks is het discomfort het grootst’, zei ze. ‘Een elektrische vrachtwagen is voor hen een enorme investering. Dan moet je er wel altijd mee kunnen rijden.’

Mkb

Ook volgens Nienke Ommen van Natuur en Milieu is het de grote vraag hoe kleine ondernemers ‘meegenomen kunnen worden’. Ze wees er tijdens het debat op dat het mkb een groot aandeel vormt van de transport­sector. ‘Voor die bedrijven is het complexe materie. Naast het logistieke deel komt er een hele energiecomponent bij. Daar is heel weinig voor geregeld qua adviesdiensten en middelen. Help die ondernemers nu een plan te maken voor de toekomst. Dat is hard nodig om de snelheid in deze transitie te houden.’

Binnekamp drukte de aanwezige vervoerders op het hart niet te lang te wachten met hun aanvragen voor een netaansluiting. ‘Kom bij ons in de lucht en wacht niet tot je een elektrische truck besteld hebt.’ Anderzijds legde hij uit dat het belangrijk is dat partijen die bezig zijn met gebiedsontwikkeling, samenwerken om tot nieuwe energieconcepten te komen, bijvoorbeeld om slim te laden op bedrijventerreinen. ‘Kijk ook eens naar een gezamenlijk concept in plaats van allemaal individueel een aanvraag te doen.’

Ook in Amsterdam zoeken partijen naar meer flexibiliteit om de schaarse stroom slimmer te verdelen, zo vertelde Bertien Oude Groote Beverborg, die bij de gemeente verantwoordelijk is voor laadinfrastructuur en milieuzones. ‘Het is een zoektocht samen met de netbeheerder en bedrijven wat wel en niet kan.’ De laadbehoefte hoeft volgens Oude Groote Beverborg geen probleem te zijn, ‘mits er geschoven kan worden met de capaciteit’. De gemeente loopt daarbij echter tegen allerlei juridische bezwaren op. ‘Wettelijk is dit heel moeilijk’, zei Oude Groote Beverborg. ‘Samen met EZK (ministerie van Economische Zaken en Klimaat, red.) willen we de mazen van de wet gaan opzoeken.’

Die wettelijke beperkingen zitten hem onder meer in het feit dat netbeheerders transportcapaciteit moeten kunnen garanderen bij het toekennen van een aanvraag. Misschien is het tijd om daarvan af te stappen, stelde Binnekamp. ‘Een niet-gegarandeerde aansluiting tegen gereduceerd tarief zou ook goed genoeg kunnen zijn.’

400 kilometer

De Rai Vereniging wilde tijdens de bijeenkomst vooral uitdragen dat fabrikanten klaar zijn om de sector te voorzien van zero-emissievoertuigen. Om die boodschap kracht bij te zetten, hadden de bij de brancheorganisatie aangesloten producenten allemaal een e-truck meegebracht om aan het publiek te tonen. Michiel Kuijs, voorzitter sectie Zware bedrijfswagens bij de Rai Vereniging, wees erop dat meeste fabrikanten inmiddels elektrische voertuigen met een actieradius van 400 kilometer in het assortiment hebben.

Toch vroeg hij ook aandacht voor het belang van conventionele trucks. Voor de lange afstand zal de dieseltruck voorlopig immers nog onmisbaar blijven, stelde Kuijs. Ook Acea-president De Vries vroeg aandacht voor het belang van vrachtwagens met een verbrandingsmotor. De plannen van de Europese Unie om trucks met een conventionele aandrijving uit te bannen, zijn bij de fabrikanten niet in goede aarde gevallen, vertelde ze. ‘De politiek denkt te veel in termen van het verbieden van technologie. Dat is onverstandig en niet de manier om een transitie aan te jagen. Wel kun je brandstoffen proberen fossielvrij te maken.’

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement