Op het ‘traditionele internet’ bepalen aantrekkelijke grafische gebruikersinterfaces hoe applicaties worden gebruikt. Maar in een Web 3.0-constructie kunnen applicaties zelf informatie zoeken, identificeren, koppelen en uitwisselen, vaak met behulp van machine learning en uiteindelijk kunstmatige intelligentie.

‘Dit zal veranderen hoe organisaties systemen gebruiken en mogelijk ook hoe systemen zelf autonome organisaties worden’, zo verwacht TI. ‘Dit zal uiteraard een uitdaging zijn voor wet- en regelgeving.’

Blockchain

Blockchain-technologieën maken gebruik van enkele van de gedecentraliseerde principes. Het idee daarbij is dat blockchains, in plaats van te vertrouwen op één enkele entiteit om een ​​transactie te verifiëren, algoritmen gebruiken om een ​​transactie te valideren. Hierbij zijn meerdere onafhankelijke computers nodig om dezelfde berekening uit te voeren voor de verificatie. Pas als dit is gebeurd, kan de transactie worden bevestigd en aan de blockchain worden toegevoegd. Die kan vervolgens nooit meer worden gewijzigd.

TI licht toe: ‘Deze autonome organisaties worden beschreven als DAO’s (Decentralised Autonomous Organisations) en zijn ontworpen om buiten de controle van een gecentraliseerde entiteit te vallen, omdat dit wordt gezien als democratischer, ‘door de gemeenschap geleid’ en transparanter. Ze kunnen zaken als ‘slimme contracten’ ondersteunen met duidelijk gedefinieerde regels die autonoom kunnen werken.’

De technologieën worden in de media vaak benadrukt omdat ze de basis vormen voor cryptocurrencies zoals Bitcoin en Ethereum. ‘Hoe dit aspect van Web 3.0 uitpakt valt nog te bezien,’ stellen de analisten van TI. ‘Maar in een supply chain-context kan dit erg belangrijk zijn voor de zichtbaarheid van de supply chain. Het idee van een intelligent netwerk dat kan reageren op alarmen of waarschuwingen zodat het acties snel opnieuw kan plannen zonder menselijke tussenkomst, is overtuigend.’

TI vervolgt: ‘Web 3.0 maakt een toekomst mogelijk waarin gedistribueerde gebruikers en machines kunnen communiceren met data, waarde en andere tegenpartijen via een substraat van peer-to-peer-netwerken zonder tussenkomst van derden.’

Veiligheid

Een andere prioriteit voor logistieke organisaties het komende jaar is het digitale veiligheidsbeleid, stelt het rapport. ‘Dat moet een prioriteit zijn voor elke organisatie en worden weerspiegeld in een passende managementverantwoordelijkheid en rapportagestructuur.’

‘Maar hoe gedetailleerd een dergelijk beleid ook is, het is de implementatie die van cruciaal belang is, aangezien de meeste inbreuken het gevolg zijn van menselijk falen. Het is daarom absoluut noodzakelijk dat elk beleid geloofwaardig en realistisch uitvoerbaar is. Dat mensen het doel begrijpen en de regels kunnen volgen. De beste aanpak is er een waarbij iedereen in de hele organisatie de noodzaak van cyberbeveiliging begrijpt en het bestaan ​​ervan waardeert.’

Toch gaan ICT-veranderingen vaak langzamer dan we op voorhand verwachten, merken de analisten op. Veel van de logistieke systemen die bedrijven tegenwoordig implementeren, werden twintig jaar geleden ook al gezien als disruptieve innovaties. ‘Het daadwerkelijk overzetten van de operationele applicaties blijft een uitdaging’, concluderen de analisten.

Twintig jaar geleden

Als voorbeeld van ‘innovaties’ die twintig jaar geleden ook al werden opgezet, noemen zij onder meer het gebruik van mobiele telefoons om toegang te krijgen tot gegevens, op internet gebaseerde applicaties en zichtbaarheid van de toeleveringsketen. ‘Die trokken destijds allemaal grote belangstelling. En toch blijft het voor veel organisaties een uitdaging om operationele applicaties over te zetten naar de cloud en de zichtbaarheid van de supply chain te vergroten’, aldus TI.

Maar als innovaties toen al werden geïdentificeerd als cruciaal voor concurrentievoordeel, waarom duurt de acceptatie dan zo lang? ‘De kans is groot dat bedrijven hun vermogen om nieuwe technologieën te benutten vaak overschatten en de uitdagingen onderschatten. Realistisch gezien is de adoptie van apparaten zoals smartphones eenvoudig, omdat het meestal een persoonlijke keuze is’, verklaart het rapport. ‘Maar het adopteren en implementeren van operationele applicaties met een groot aantal gebruikers is een heel andere propositie, doordat er meerdere belanghebbenden, technologische elementen (bijvoorbeeld hardware, software, communicatie, beveiliging, enz.) en vooral de bedrijfscultuur bij betrokken zijn.’

Supply chain management en logistiek zijn afhankelijk van communicatie en samenwerking, zowel tussen als binnen organisaties. ‘Het stroomlijnen van processen binnen organisaties is een uitdaging, maar dit proberen te doen via een dynamisch supply chain-netwerk met meerdere partners, is andere koek. Kleinere organisaties kunnen dit gemakkelijker aan omdat de besluitvormers dichter bij de actie staan. Grote organisaties minder, vanwege de inherente traagheid en ingebedde rapportagestructuren en (soms) wettelijke beperkingen.’

Voorraadbeheersystemen

In eerdere tijdperken waarin technologische applicaties binnen organisaties werden gehost en functioneel specifiek waren, was dit gemakkelijker te beheren binnen de relevante functionele silo’s (bedrijfsafdelingen). Order- en voorraadbeheersystemen vielen binnen het domein van productie, terwijl magazijnbeheersystemen vielen onder de verantwoordelijkheid van warehousing en fulfilment en transportbeheersystemen onder verzending, distributie, levering.

‘Naarmate het beheer van de toeleveringsketen is geëvolueerd en aan snelheid heeft gewonnen, werden deze op silo’s gebaseerde praktijken een inefficiënte rem op de prestaties’, concludeert TI. ‘Nieuwe netwerkapplicaties (cloud) die een mix waren van alle bovengenoemde functies, gericht op de processtroom van bestelling tot levering, zijn technisch triviaal, maar organisatorisch een belangrijke uitdaging. Daarom zijn diverse ‘disruptieve’ technologie-upgrades tot stilstand gekomen of dure mislukkingen geweest.’

Volgens TI moeten we niet verbaasd zijn dat het tijd kost om nieuwe technologieën te adopteren, vooral binnen grote organisaties. ‘Maar de eisen om nieuwe technologie toe te passen zullen niet afnemen. Bedrijven moeten leren zich aan te passen en meer openstaan ​​voor de keuzes die ze moeten maken. Dit is vooral moeilijk voor senior medewerkers die loopbaantrajecten hebben opgebouwd rond verwachtingen die niet langer relevant zijn’, aldus de analisten.

Van Web 1.0 naar Web 3.0

Onder web 1.0 verstaan we het ‘read-only’ web. Mensen kunnen de informatie die door een partij wordt aangeboden op het internet of een intranet alleen lezen en bekijken. Reageren is niet mogelijk, louter consumeren.

Onder web 2.0 wordt het interactieve web verstaan. We zijn niet alleen maar in staat om informatie te lezen en bekijken, we kunnen ook informatie aanbieden of reageren. Deze informatie noemen we user-generated content, zoals Wikipedia, Facebook en Youtube.

Centralisatie zorgt ervoor dat informatie kan worden gecensureerd. In het geval van Facebook is het zelfs zo, dat gebruikers afstand doen van de auteursrechten van foto’s die ze delen.

Web 3.0 is een ontwikkeling waarbij informatie makkelijk deelbaar en vindbaar is zonder dat er één centrale partij de baas is over de content. Strikt genomen is Web 3.0 gedecentraliseerd, bijvoorbeeld via blockchaintechnologie. Als het eigenaarschap van digitale informatie wordt betwist, kan aan de hand van gedistribueerde (gedecentraliseerde) vastlegging worden aangetoond wie het betreffende materiaal heeft gecreëerd. De gebruiker is hierbij eigenaar van de door hemzelf aangeleverde informatie op het netwerk.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement