Dat is de uitkomst van een nieuwe studie in het kader van het GreenVoyage2050 Project van de International Maritime Organization (IMO) en de Noorse overheid. Het idee is dat schepen onderweg hun vaarsnelheid aanpassen aan het tijdstip dat de ligplaats, de vaarweg en nautische diensten als loodsen en slepers beschikbaar zijn. Zo vermijden ze wachttijden en nodeloze CO2-uitstoot bij de aankomsthaven.

De IMO noemt jit ‘een belangrijk hulpmiddel’ voor schepen om hun CO2-classificatie te halen. Dit systeem, waarin schepen een CO2-label krijgen, wordt volgens de VN-organisatie op korte termijn ingevoerd. De maritieme organisatie ziet ‘precies op tijd’ als een aanvulling op SEEMP, het Ship Energy Efficiency Management Plan, waarmee schepen hun broeikasgas-emissies moeten terugdringen.

Volgens de studie kan een beetje jit al veel verschil maken. Een schip dat zijn vaarsnelheid tijdens het laatste etmaal van de reis aan de beschikbaarheid van de diensten in de bestemmingshaven afstemt, kan nog altijd bijna 6% brandstof en CO2-emissie uitsparen. Voor de laatste twaalf uur is dat ruim 4%. De besparing van 14% geldt als de hele reis jit wordt gevaren.

Optimalisatie Manager Andreas M. van der Wurff van Maersk vergelijkt het terugdringen van de CO2-uitstoot door de scheepvaart met bergbeklimmen. ‘We hebben alle middelen nodig om de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen. Deze studie laat zien dat aanzienlijke reducties mogelijk zijn tot het moment dat er voldoende hernieuwbare brandstoffen beschikbaar zijn’, aldus de voormalige scheepskapitein.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement