Toch agv’s op de Container Exchange Route?

MAASVLAKTE

Havenbedrijf Rotterdam wil toch uitzoeken of het transport over de in aanbouw zijnde Container Exchange Route (CER) tussen de containerterminals op de Maasvlakte geautomatiseerd uitgevoerd kan worden.

Topman Allard Castelein zei dit tijdens de toelichting op de overslagcijfers over het afgelopen eerste kwartaal: ‘Uitgangsstelling op dit moment is dat we langs die lijn invulling gaan geven aan vervoer tussen terminals om de kosten van uitwisseling zo laag mogelijk te maken’. Dat draagt volgens hem bij aan de positie van Rotterdam, waar via ladingvolume werkgelegenheid wordt gecreëerd.

De 175 miljoen euro kostende en in totaal zeventien kilometer lange speciale verbindingsroute wordt aangelegd in opdracht van Havenbedrijf Rotterdam en moet eind dit jaar klaar zijn. De havenbeheerder kwam vier jaar geleden in het kader van het sociaal akkoord over de containersector met de vakbonden overeen dat het vervoer met bemande voertuigen zou worden uitgevoerd, maar die afspraak loopt medio dit jaar af.

Telefoontje

Volgens Castelein zijn de vakbonden in overeenstemming met het akkoord ingelicht over het onderzoek. Die zijn uit oogpunt van werkgelegenheid altijd fel tegen onbemand vervoer met automated guided vehicles (agv’s) geweest. Ze bestempelen het vervoer als havenwerk, dat door havenwerkers uitgevoerd moet worden. Daarmee zouden zo’n zeventig arbeidsplaatsen gemoeid zijn. Op termijn zouden er jaarlijks een miljoen containers via het banenstelsel worden vervoerd.

Bestuurder Joost van der Lecq van FNV Havens zegt dat het Havenbedrijf ‘een telefoontje’ aan de zaak heeft gewijd. De kwestie zou in maart worden besproken tijdens een evaluatie van het sociaal akkoord, maar dat is in verband met de coronacrisis tot begin juni uitgesteld. Hij noemt onbemand vervoer over de CER ‘geen goed idee’ en ‘onverstandig’. De bouw van de CER zelf ligt overigens op schema.

Ook CNV Vakmensen is voorstander van bemenst vervoer. ‘Het idee was altijd om dat werk te laten doen door oudere werknemers, die het zware havenwerk fysiek niet echt meer aankunnen. Dus laten we ons gewoon aan die afspraak houden.’ De CNV-inzet bij de evaluatie begin juni wordt overigens verlenging van het volledige akkoord uit 2016. Dat omvat onder meer werktijdverkorting voor oudere werknemers. Met het akkoord, bedoeld om ontslagen als gevolg van automatisering te voorkomen, is zo’n 25 miljoen euro gemoeid. Die kosten worden grotendeels door het Havenbedrijf gedragen.

Aansluitovereenkomsten

Bij het akkoord zijn terminal operators ECT, APMT en RWG en sjorbedrijven Matrans, ILS en Unilash betrokken. Bij die bedrijven werken ongeveer 3.700 mensen. De containerbedrijven van de Steinweg-groep, Rotterdam Shortsea Terminals (RST) en het inmiddels opgeheven Uniport, bleven indertijd buiten het akkoord.

Volgens Castelein zijn inmiddels ook de aansluitovereenkomsten voor de CER met de betrokken bedrijven rond. Daarbij gaat het in elk geval om de vijf deepsea terminals (ECT Delta, Euromax, RWG en APMT 1 en 2) en een onbekend aantal andere bedrijven, waaronder empty depots.

Toch agv’s op de Container Exchange Route? | NT

Toch agv’s op de Container Exchange Route?

MAASVLAKTE

Havenbedrijf Rotterdam wil toch uitzoeken of het transport over de in aanbouw zijnde Container Exchange Route (CER) tussen de containerterminals op de Maasvlakte geautomatiseerd uitgevoerd kan worden.

Topman Allard Castelein zei dit tijdens de toelichting op de overslagcijfers over het afgelopen eerste kwartaal: ‘Uitgangsstelling op dit moment is dat we langs die lijn invulling gaan geven aan vervoer tussen terminals om de kosten van uitwisseling zo laag mogelijk te maken’. Dat draagt volgens hem bij aan de positie van Rotterdam, waar via ladingvolume werkgelegenheid wordt gecreëerd.

De 175 miljoen euro kostende en in totaal zeventien kilometer lange speciale verbindingsroute wordt aangelegd in opdracht van Havenbedrijf Rotterdam en moet eind dit jaar klaar zijn. De havenbeheerder kwam vier jaar geleden in het kader van het sociaal akkoord over de containersector met de vakbonden overeen dat het vervoer met bemande voertuigen zou worden uitgevoerd, maar die afspraak loopt medio dit jaar af.

Telefoontje

Volgens Castelein zijn de vakbonden in overeenstemming met het akkoord ingelicht over het onderzoek. Die zijn uit oogpunt van werkgelegenheid altijd fel tegen onbemand vervoer met automated guided vehicles (agv’s) geweest. Ze bestempelen het vervoer als havenwerk, dat door havenwerkers uitgevoerd moet worden. Daarmee zouden zo’n zeventig arbeidsplaatsen gemoeid zijn. Op termijn zouden er jaarlijks een miljoen containers via het banenstelsel worden vervoerd.

Bestuurder Joost van der Lecq van FNV Havens zegt dat het Havenbedrijf ‘een telefoontje’ aan de zaak heeft gewijd. De kwestie zou in maart worden besproken tijdens een evaluatie van het sociaal akkoord, maar dat is in verband met de coronacrisis tot begin juni uitgesteld. Hij noemt onbemand vervoer over de CER ‘geen goed idee’ en ‘onverstandig’. De bouw van de CER zelf ligt overigens op schema.

Ook CNV Vakmensen is voorstander van bemenst vervoer. ‘Het idee was altijd om dat werk te laten doen door oudere werknemers, die het zware havenwerk fysiek niet echt meer aankunnen. Dus laten we ons gewoon aan die afspraak houden.’ De CNV-inzet bij de evaluatie begin juni wordt overigens verlenging van het volledige akkoord uit 2016. Dat omvat onder meer werktijdverkorting voor oudere werknemers. Met het akkoord, bedoeld om ontslagen als gevolg van automatisering te voorkomen, is zo’n 25 miljoen euro gemoeid. Die kosten worden grotendeels door het Havenbedrijf gedragen.

Aansluitovereenkomsten

Bij het akkoord zijn terminal operators ECT, APMT en RWG en sjorbedrijven Matrans, ILS en Unilash betrokken. Bij die bedrijven werken ongeveer 3.700 mensen. De containerbedrijven van de Steinweg-groep, Rotterdam Shortsea Terminals (RST) en het inmiddels opgeheven Uniport, bleven indertijd buiten het akkoord.

Volgens Castelein zijn inmiddels ook de aansluitovereenkomsten voor de CER met de betrokken bedrijven rond. Daarbij gaat het in elk geval om de vijf deepsea terminals (ECT Delta, Euromax, RWG en APMT 1 en 2) en een onbekend aantal andere bedrijven, waaronder empty depots.