Rickmers heeft dit jaar al iets meer dan 190 miljoen euro extra afgeschreven op zijn vloot, die voor het overgrote deel uit containerschepen bestaat. Met 121 eenheden van gezamenlijk bijna 440.000 teu is het een van de grootste verhuurvloten in de wereld. Vorig jaar boekte de groep een nettoverlies van 94 miljoen euro.

Dit jaar is de omzet tot nu toe met 15% gedaald tot 374 miljoen en het bedrijfsresultaat (ebitda) met 31% tot 137 miljoen. Klein lichtpuntje is dat de daling van die laatste maatstaf in de eerste zes maanden met 36% nog iets groter was. Rickmers ziet echter geen tekenen van economisch herstel in het laatste kwartaal.

De groep probeert op allerlei manieren om afspraken te maken met zijn geldschieters om de financiële lasten te verlagen en zijn liquiditeitspositie veilig te stellen. Zo is er voor drie schepen van 13.400 teu een sale lease back-overeenkomst gesloten met een Chinese scheepsverhuurder, waardoor de oorspronkelijk betrokken banken afbetaald konden worden.

Bovendien heeft de oorspronkelijke huurder ingestemd met een less-for-longer overeenkomst. Het contract is met vijf jaar verlengd, in ruil voor een verlaging van het huurtarief. Per saldo neemt de waarde van dat contract toe tot ruim 240 miljoen dollar.

De groep probeert nu om met zijn primaire banken vergelijkbare afspraken te maken. Of, en in welke vorm, de al zwaar getroffen Duitse hypotheekbanken daar op ingaan, is onduidelijk. Aan het eind van het kwartaalbericht herhaalt de rederij nog eens dat de ebitda dit jaar ‘aanzienlijk lager’ zal uitvallen dan in 2015. Dat lijkt nogal een understatement.