De Belgische Wet Major schrijft voor dat het werk van havenarbeiders alleen met een officiële erkenning mag worden uitgevoerd. Die erkenning vervalt bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Een havenarbeider had tegen de hem in 2015 opgelegde pensionering een juridische zaak opgestart en krijgt nu gelijk.

De rechtbank volgde zijn argumentatie dat leeftijd geen criterium voor arbeidsgeschiktheid kan zijn, aangezien havenarbeiders elk jaar medisch worden gescreend. De havenarbeider heeft ook recht op een schadevergoeding. Hoe hoog die zal uitvallen moet nog worden berekend, op basis van het werk dat hij de voorbije twee jaar niet kon uitvoeren.

Leeftijdsgrens optrekken

‘Er zijn slechts weinig beroepen met een leeftijdsbeperking’, stelt advocaat en voormalig N-VA-parlementslid Jan Hofkens, die de man verdedigde. Omdat de tegenpartij, de federale overheidsdienst (fod) Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg al aangaf geen beroep te zullen aantekenen, kan de eiser in principe opnieuw werk zoeken. De intussen 67-jarige man voelt zich nog altijd gezond. Hij moet wel eerst een medische keuring ondergaan.

Kris Peeters (CD&V), de voogdijminister van de fod, is zelfs tevreden over de uitspraak in het nadeel van zijn administratie. Dit omdat hij voorstander is voor langer werken. Hij overweegt sociaal overleg om eventueel de leeftijdsgrens op te trekken.

Aanval

In de praktijk stoppen veel havenarbeiders lang voor hun 65ste verjaardag of stappen ze over naar een andere job, omdat hun werk doorgaans fysiek erg belastend is. Daarom zijn de werkgevers wel vrij verrast over de rechtszaak, maar verwachten ze er nauwelijks praktische gevolgen van.

De betrokken arbeider wil anoniem blijven. Veel collega’s voelen zijn actie aan als een aanval op hun verworven recht om op hun 65ste met pensioen te gaan.