Volgens commercieel directeur Ted Holleman is die groei enerzijds te danken aan de topdrukte in de Rotterdamse haven dit jaar maar anderzijds ‘aan het slim inspelen van Kramer op die drukte’. Het overslagbedrijf op de Maasvlakte werpt zich met zijn Barge Service Center en Feeder Service Center op als achtervang voor de vaak overbelaste deepsea terminals, zoals ECT en RWG.

Twee moves

Het gaat om een mix van twintig- en veertigvoeters. Met de vuistregel dat met één move gemiddeld 1,6 teu wordt overgeslagen, komt het volume op ruim 1,4 miljoen teu. Dat is een dubbeltelling, erkent Holleman. Een container die uit een zeeschip wordt gelost en daarna op een vrachtwagen of in een binnenschip wordt gezet, wordt twee keer overgeslagen en telt dus als twee moves.

Volgens Holleman is de overslag mede dankzij de achtervang-rol sinds 2010 verdrievoudigd: ‘In 2010 deden we nog 300.000 moves’. Kramer heeft onder meer met RWG vaste afspraken over de afhandeling van een fors aantal binnenvaartcontainers per maand. Daarnaast is het bedrijf via een interne baan verbonden met ECT Delta, waarover containers tussen beide terminals snel uitgewisseld kunnen worden.

Wachttijden voorkomen

Volgens Holleman gebeurt de overslag voor ongeveer 80% in opdracht van de deepsea rederijen, die daarmee wachttijden op de grote containerterminals willen voorkomen. In de overige 20% van de gevallen gaat de rekening naar andere vervoerende partijen, waaronder barge operators en feeder- en shortsea-rederijen.

Kramer verwacht het komende jaar verder te kunnen groeien, mede dankzij de Container Exchange Route (CER), het nieuwe banenstelsel tussen de terminals op de Maasvlakte dat Havenbedrijf Rotterdam heeft laten aanleggen. Die had eigenlijk al in bedrijf moeten zijn. Holleman zegt niet te weten wanneer de investering van 175 miljoen nu in gebruik wordt genomen. ‘We hebben nog geen datum gehoord van het Havenbedrijf’, zegt hij.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement