Net als bij de Noordersluis, die in 1929 na langdurig politiek gesteggel (al vanaf 1909), volop vertragingen (de bouwtijd verdubbelde van vier naar acht jaar) en kostenoverschrijdingen (50% naar 20 miljoen gulden) eindelijk kon worden geopend door overgrootmoeder Wilhelmina van de huidige monarch, is er ook bij de langverwachte opvolger in de aanloop van alles mis gegaan.

Zo zou de Zeesluis IJmuiden eigenlijk al in 2016 zijn opgeleverd, als we eind 2007 het eerste financieringsconvenant hadden mogen geloven dat werd ondertekend door Amsterdam, Noord-Holland en het ministerie van Infrastructuur. Destijds mocht de sluis, inclusief onderhoud en beheer, zo’n 725 miljoen euro kosten, maar dat budget was nog gebaseerd op een sluis van 18 meter diep, 500 meter lang en 65 meter breed. Uiteindelijk werd de breedte aangepast naar 70 meter. Problemen met het ontwerp van deurkassen leidden tot verdere financiële tegenvallers (110 miljoen euro) en vertragingen. Maar die kosten kwamen voor rekening van de bouwers BAM en VolkerWessels.

Noordersluis

De Noordersluis bleek ondanks de opstartproblemen op den duur een daverend technisch en operationeel succes, dat zelfs de Tweede Wereldoorlog bijna ongeschonden overleefde. De ‘schaafwonden’ aan de sluis waren in 1946 al gerepareerd en het grondig Hollands vakwerk van metersdik beton heeft de tand des tijds wonderwel doorstaan.

De uiteindelijke bouwkosten (20 miljoen gulden) van de Noordersluis, die lange tijd de grootste zeesluis van de wereld was, zijn te vertalen naar een hedendaagse bouwsom van 165 miljoen euro. Omgerekend naar de huidige leeftijd van de schutsluis (93 jaar) komt de bouwsom in guldens anno 2022 neer op een jaarlijks bedrag van 215.000 gulden (100.000 euro) in vooroorlogse guldens als de onderhoudskosten even buiten beschouwing worden gelaten. Dat is terugblikkend na meer dan negentig jaar trouwe dienst ‘money well spend’ geweest. Daarbij kan worden aangetekend dat de zeesluis pas in 1960 maximaal kon worden benut. Toen was het uitdiepen en verbreden van het Noordzeekanaal voltooid.

Belastingbetaler

Indien het prijspeil van 2020 wordt aangehouden, is er sprake geweest van een jaarlijkse rekening van 1,7 miljoen euro voor de Nederlandse belastingbetaler. Ook dat investeringsbedrag is een koopje, gelet op wat de Amsterdamse zeehaven jaarlijks aan werkgelegenheid en toegevoegde waarde oplevert voor de Nederlandse economie. Daarnaast wordt vaak vergeten dat de oude zeesluis tevens een stukje noodzakelijke waterkering is en die rol in de toekomst zal blijven vervullen.

Of de nieuwe Zeesluis IJmuiden voor de Nederlandse belastingbetaler uiteindelijk dezelfde degelijkheid, levensduur en lage bouwkosten aan de dag zal leggen als zijn voorganger, moet nog blijken. In elk geval heeft Nederland momenteel weer de grootste zeesluis van de wereld binnen zijn landsgrenzen.

Wat deze wereldtitel de Nederlandse belastingbetaler heeft gekost, is ook nog niet eens zo makkelijk te achterhalen. Wikipedia heeft het met Maritiem Nederland over 848 miljoen euro. Het NRC spreekt van een bedrag van rond de 800 miljoen euro, ‘waar ooit 500 miljoen euro was gepland’, om vervolgens te vermelden dat de bouwcombinatie van BAM en VolkerWessels ‘de klus voor 350 miljoen euro’ kreeg.

Kostenoverschrijdingen

Opdrachtgever Rijkswaterstaat hanteert in het eigen MIRT-overzicht 2021 geheel andere bedragen die de werkelijke bouwsom van de sluis een beetje camoufleren. Daarin wordt voor het budgetjaar 2021 gesproken over ‘een totaal budget’ van ruim 1 miljard euro (1.038 miljoen euro) ‘voor aanleg, beheer en onderhoud van de sluis’. RWS gaat bij de Zeesluis IJmuiden sinds 2017 uit van een zogeheten DBFM-contract (Design, Build, Finance en Maintain), waardoor de eigenlijke bouwkosten niet zichtbaar zijn.

In de begeleidende tijdsbalk van het sluisproject in het jaarlijkse MIRT-overzicht staat intussen vermeld dat het budget voor de zeesluis in 2017 (917 miljoen euro) ‘is opgehoogd met kosten voor beheer en onderhoud vanwege de omzetting van het contract naar DBFM’. Over het budgetjaar 2016 werd nog wel de kale bouwsom (660 miljoen euro) vermeld, exclusief de bijdragen van de gemeente Amsterdam (109 miljoen euro) en de provincie Noord-Holland (55 miljoen euro) voor de verbrede en versnelde aanleg van de zeesluis.

Een snelle rekensom leert dat de kostenverhogingen sinds de start van de bouw in 2016 grotendeels (voor 260 miljoen euro) zijn toe te schrijven aan die financierings- en onderhoudskosten uit het DBFM-contract. In 2020 is daar alleen nog een bedrag van 64 miljoen euro bij gekomen om ‘vertraging en eerder opgetreden projectrisico’s’ af te dekken, aldus RWS in het MIRT-overzicht.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement